Smart Calculators SmartCalculators

GPIO-stroombudget-rekenmachine

Kijk hoeveel stroom je verbruikers trekken tegenover de gepubliceerde grenzen van je board per pin, voor alle pinnen samen, op 3,3 V en op 5 V — en wat je erbij moet zetten als je eroverheen gaat.

Wat je wilt aansluiten

Meerdere onderdelen aan één pin? Zet ze als één verbruiker neer en tel hun stromen op — dan hoeft de controle per pin niet te raden hoe je ze verdeelt.

mA

Uit het datasheet van het onderdeel, of zelf gemeten.

Eén GPIO-pin per stuk.

mA

Hoeveel hiervan aan die pin hangen.

Geavanceerd — voeding van 500 mA · marge van 20 %

mA

Ingevuld op basis van het gekozen board. Vul je eigen waarde in als je die kent.

Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) — vier budgetten gecontroleerd

Binnen alle grenzen — het krapst is één pin op 10 van 12 mA

Je veiligheidsmarge van 20 % legt de waarschuwingslijn op 9,6 mA; de grens zelf ligt op 12 mA.

Alle GPIO-pinnen samen · specificatie

30 mA van 50 mA

nog 20 mA over

30 mA van de 50 mA voor alle pinnen samen

De zwaarst belaste pin · specificatie

10 mA van 12 mA

nog 2 mA over

De 3,3 V-pin · aanbevolen

20 mA van 300 mA

nog 280 mA over

3 GPIO-pinnen in gebruik

Je verbruikers

Verbruiker Per stuk (mA) Hoeveel Aangesloten op Totaal (mA) Status
Verbruiker 1 10 3 GPIO-pin 30 krap
Verbruiker 2 20 1 3,3 V-pin 20 goed

GPIO-stroombudget — Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) Oordeel: Binnen alle grenzen — het krapst is één pin op 10 van 12 mA Per GPIO-pin | 12 mA | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 10 mA | nog 2 mA over Alle GPIO-pinnen samen | 50 mA | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 30 mA | nog 20 mA over De 3,3 V-pin | 300 mA | Aanbevolen maximum — advies van de fabrikant, geen specificatie | 20 mA | nog 280 mA over Je 5 V-voeding | 500 mA | Je voeding, niet het board | 0 mA | nog 500 mA over Veiligheidsmarge: 20 %

De budgetten van dit board

Budget Grens Wat voor grens Je gebruikt Over
Per GPIO-pin 12 Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer 10 2
Alle GPIO-pinnen samen 50 Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer 30 20
De 3,3 V-pin 300 Aanbevolen maximum — advies van de fabrikant, geen specificatie 20 280
Je 5 V-voeding 500 Je voeding, niet het board 0 500

Waarden uit de documentatie van Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040). Een streepje betekent dat de fabrikant er geen publiceert — dat budget staat er wel, maar wordt niet vergeleken.

De berekening, regel voor regel

GPIO-pinnen: 3 × 10 = 30 mA over 3 pinnen

3,3 V-pin: 1 × 20 = 20 mA

5 V-pin: niets = 0 mA

Krapst: één pin op 10 van 12 mA — nog 2 mA over

Wat elk board kan leveren

Board Per losse pin Soort Max. drive-stand Alle pinnen samen 3,3 V-pin Opmerking
Raspberry Pi 5 / 500 16 veilig 12 50 niet gepubliceerd De 16 mA en de 50 mA zijn de algemene pad-richtlijn van Raspberry Pi; geen enkel document over de BCM2712 of de RP1 publiceert een stroom per pin of in totaal. De drive-standen van de RP1 houden op bij 12 mA.
Raspberry Pi 4 Model B / 400 16 veilig 8 50 niet gepubliceerd De pads van de BCM2711 beginnen op 4 mA drive en gaan tot 8 mA — de helft van de oudere modellen.
Raspberry Pi 3 (B / B+ / A+) 16 veilig 16 50 niet gepubliceerd De pads van de BCM2835-familie beginnen op 8 mA drive en gaan tot 16 mA.
Raspberry Pi Zero 2 W 16 veilig 16 50 niet gepubliceerd De RP3A0 gebruikt pads uit de BCM2835-familie: 8 mA drive standaard, 16 mA als maximum.
Raspberry Pi Zero / Zero W 16 veilig 16 50 niet gepubliceerd Pads van de BCM2835: 8 mA drive standaard, 16 mA als maximum.
Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) 12 specificatie 12 50 300 De 50 mA van de RP2040 geldt voor de GPIO- en de QSPI-pinnen samen, en apart voor leveren en opnemen van stroom. Een pin start op 4 mA drive, niet op 12.
Raspberry Pi Pico 2 / Pico 2 W (RP2350) 12 specificatie 12 100 300 De RP2350 splitst het budget: 100 mA over de GPIO-pinnen en 20 mA over QSPI, in beide richtingen. Een pin start nog steeds op 4 mA drive.
Arduino Uno R3 / Nano (ATmega328P) 40 absoluut maximum 20 200 50 40 mA en 200 mA zijn absolute maximumwaarden, geen bedrijfswaarden. De poortgroepen bijten eerder: 150 mA opgeteld per groep die stroom levert (er zijn er twee) en 100 mA per groep die stroom opneemt (er zijn er drie).
ESP32 dev board (ESP32-WROOM-32) 40 specificatie 40 1.200 niet gepubliceerd De 1200 mA is een absolute maximumwaarde voor belastingspieken, geen budget — de regelaar van het dev-board en de USB-poort zijn het echte plafond. De stroom per pin zakt bovendien van ongeveer 40 mA naar ongeveer 29 mA naarmate meer pinnen in hetzelfde domein tegelijk stroom leveren.

Elke waarde komt uit het document van de fabrikant zelf, gecontroleerd op 2026-09-17. Een cel met „niet gepubliceerd” is er een die de fabrikant niet vermeldt.

Wat deze controle niet dekt

  • Stroom die een pin in loopt. Dat is een vraag over de klemdiodes in het datasheet, geen rekensom.
  • Inschakel-, blokkeer- en piekstromen. Een motor of een grote condensator trekt op het moment van starten veel meer.
  • De duty cycle van PWM. Het pad ziet de piek, dus een led dimmen verlaagt niet wat deze pagina controleert.
  • Gelijktijdig schakelen, thermische grenzen en die van de behuizing. Raspberry Pi zegt dat die van je print, je ontkoppeling en je belasting afhangen en buiten hun invloed liggen.
  • Wat elk onderdeel trekt. De milliampères vul je zelf in: hier staat geen onderdelenlijst, want zelfs de befaamde 60 mA van de WS2812B staat niet in zijn eigen datasheet.
  • Weerstandswaarden, de drempelspanning van een led en de wet van Ohm.
  • Accuduur, rendement van de voeding en spanningsval over de kabel.
  • Het uitonderhandelen van vermogen door HATs en USB-enumeratie.

Boardwaarden gecontroleerd op 2026-09-17

Elke waarde per pin, voor alle pinnen samen en per rail komt uit het fabrikantsdocument dat onder Bronnen staat. Niets op deze pagina is een schatting uit de community.

Delen

GPIO-stroombudget-rekenmachine. Welke van de vier grenzen van je board het eerst knelt.

Een GPIO-stroombudget-rekenmachine legt je verbruikers naast de vier grenzen die je board publiceert en noemt degene die het eerst knelt. Hij schrijft erbij wat voor soort grens dat is, en zet een streepje waar de fabrikant niets gepubliceerd heeft.

Wat is een stroombudget voor GPIO-pinnen?

Een stroombudget voor GPIO-pinnen is de verzameling grenzen die de eigen documenten van een board aan zijn pinnen opleggen: één voor een losse GPIO-pin, één voor alle GPIO-pinnen bij elkaar, één voor de 3,3 V-pin op de header, en één voor de voeding die de 5 V-kant voedt. Een montage moet alle vier halen, en het board geeft toe bij de grens die je verbruikers het eerst bereiken.
Die vier getallen zijn niet van dezelfde soort, en daarvan hangt af hoe dicht je erbij mag gaan zitten. De 16 mA per pin van Raspberry Pi is een veilige stroom: de pads zijn ervoor ontworpen en daaronder beschadig je het onderdeel niet. Hetzelfde document zet er meteen de zin achter die bijna elke samenvatting wegkort, namelijk dat er daarboven geen gegarandeerde veilige maximumstroom bestaat. De 12 mA van een Pico is een specificatiegrens: daarboven blijft de pin geleiden, en wat niet meer klopt is de uitgangsspanning. De 40 mA per pin en de 200 mA door VCC of GND van een Arduino Uno zijn absolute maximumwaarden — Microchip drukt ze af onder de waarschuwing dat belasting boven de genoemde waarden blijvende schade kan veroorzaken, dus het zijn getallen waar je vandaan ontwerpt en geen budgetten om op te maken. En de 300 mA van de 3,3 V-pin van een Pico is een aanbevolen maximum, een advies van Raspberry Pi en geen meting.
Hoeveel van dat onderscheid het Nederlandstalige web haalt, wisselt per bron. Twee overzichten die voor deze vraag ranken noemen geen enkele milliampère: de uitleg per model op elektronicavoorjou.nl loopt de pinouts van de Pi 1 tot en met de Pi 5 af en behandelt de voedingspinnen, I2C, SPI, UART en PWM zonder één stroomwaarde, en het GPIO-overzicht van c't op ct.nl doet precies hetzelfde. Op nieuwsopbeeld.nl staan de twee juiste getallen wél, maar met het verkeerde etiket: "Elke GPIO-pin levert slechts een kleine hoeveelheid stroom, gemiddeld zo'n 16 milliampère. Het totale maximum ligt rond de 50 milliampère." Die 16 mA is geen gemiddelde en de 50 mA is niet "rond de". Het zijn twee waarden die Raspberry Pi zelf publiceert: de eerste in het hoofdstuk over de pads, onder het eigen kopje Safe current, de tweede op de pagina over voeding.
Hoe een chip het totaal over zijn pinnen verdeelt verandert met de siliciumgeneratie, en daar breekt een vuistregel zodra je van board wisselt. RP2040, de chip van de eerste Pico, houdt de som van alles wat zijn GPIO- én zijn QSPI-pinnen leveren op 50 mA, met een tweede, daarvan losstaand budget van 50 mA voor alles wat die pinnen opnemen. Allebei die waarden staan in tabel 625 van het RP2040-datasheet, samen met de 12 mA per pin, die daar de conditie is bij de regels voor V_OH en V_OL. RP2350 in de Pico 2 splitst het: 100 mA over de GPIO-pinnen plus 20 mA voor QSPI, opnieuw in beide richtingen. Twee boards uit dezelfde familie, dezelfde 12 mA per pin, dezelfde 26 uitgevoerde GPIO — en twee verschillende antwoorden op de vraag hoeveel leds erin passen. Bij de twee plaatsen waar een Nederlandse koper hem zou zoeken staat die splitsing niet: de productpagina van de Pico 2 bij Antratek somt kloksnelheid, SRAM, flash, cores en beveiliging op zonder één milliampère, en de uitvoerigste RP2040-tegen-RP2350-vergelijking op deze zoekopdracht, die van esp32.co.uk, zet zestien specificatieregels en veertien boardregels naast elkaar — van kloksnelheid en PIO-blokken tot VSYS-bereik — en geen daarvan draagt een stroomwaarde.
Sommige budgetten zijn eenvoudigweg niet gepubliceerd, en dat hardop zeggen is meer waard dan het gat vullen. Voor de 3,3 V-pinnen op de header van een Raspberry Pi noemt geen enkel document van Raspberry Pi een grens. Wat de pad-documentatie wél zegt, is dat de 3,3 V-voeding ontworpen is op ongeveer 3 mA per GPIO-pin, en dat beschrijft wat de pads zelf trekken, niet wat de pin op de header kan leveren. In het Nederlands circuleren er drie andere getallen voor in de plaats. In de Nederlandstalige draad "Maximale belasting GPIO" op het officiële Raspberry Pi-forum (30 september 2017) opent de vraagsteller met "Hoi ik lees verschillende waarde hoe zwaar GPIO belast mag worden van 16 mA tot 250 mA", en het antwoord luidt "Het is 16mA en max 51mA voor alle GPIO samen. De 250mA max is waarschijnlijk de max amps voor de 3.3V pins, niet de GPIO" — met dat "waarschijnlijk" erbij, want er valt niets na te slaan. Op Circuits Online staat in de draad over een 230 V-koppeling de Engelse regel "You may draw no more than 50 mA from the +3.3 V supply" geciteerd, waarmee het totaal van de GPIO-pinnen aan de 3,3 V-voeding wordt opgehangen. En pinout.xyz noemt 500 mA vanaf de B+ en schrijft in dezelfde alinea dat het bij gebrek aan documentatie en metingen een vuistregel is. Deze rekenmachine zet daar een streepje neer, laat die controle uit het oordeel en zegt dat op de kaart.
Eén onderscheid redt boards: een drive-stand is geen stroombegrenzing. De standen 2, 4, 8 en 12 mA van een RP2040-pad en de ladder van 2 tot 16 mA van een Raspberry Pi bepalen hoe hard de pin trekt, dus de stroom waaronder de uitgang zijn spanningsspecificatie nog haalt. Hang 16 mA aan een pad dat op 4 mA staat en die 16 mA gaan er gewoon doorheen: de spanning zakt in, en op een Raspberry Pi overleeft het onderdeel het omdat 16 mA nog binnen de veilige stroom valt. Een Pico-pin wordt na het inschakelen trouwens wakker op de stand van 4 mA en niet op die van 12. Het RP2350-datasheet zegt het over zijn eigen tabel in één regel: die waarden zijn geen harde grenzen en betekenen niet dat de pin altijd het ingestelde aantal milliampère levert.

Zelf narekenen: welke vier getallen je opzoekt, en hoe je ze optelt

Het optellen is het makkelijke deel. Het werk zit in de vier getallen, want ze staan in vier verschillende soorten documenten — en bij hetzelfde board niet eens in dezelfde soort tabel.
1. Zoek de waarde per pin op, en kijk waar hij staat. Bij een microcontroller staat hij in de elektrische karakteristieken, altijd aan een spanning gekoppeld — al verschilt het per fabrikant welke kant de tabel op leest: bij de ESP32 is de stroom de regel (I_OH) en de spanning de conditie, en bij RP2040, RP2350 en de ATmega328P is het andersom, met V_OH en V_OL als regel en de stroom ernaast als conditie. Dat maakt hem een specificatiegrens. Bij een Arduino Uno staat hij ergens anders — in de tabel Absolute Maximum Ratings van het ATmega328P-datasheet — en dat maakt van dezelfde soort getal een ander soort grens. Bij een Raspberry Pi staat hij in geen van beide, maar in de hardwaredocumentatie onder het kopje Safe current.
2. Zoek het totaal op. Op een RP2040 heet die regel IIOVDD_MAX en staat hij in tabel 625, met IIOVSS_MAX voor de andere richting ernaast. Op een ATmega328P heet hij "DC Current V_CC and GND Pins" en staat hij tussen de absolute maximumwaarden. Op een Raspberry Pi staat hij niet in een tabel maar in een zin op de voedingspagina. Bij die drie boards staat het totaal dus op drie verschillende plaatsen en is het ook drie keer een ander soort grens.
3. Tel per bestemming apart op. In de startstand hangen drie verbruikers van 10 mA aan GPIO-pinnen en één van 20 mA aan de 3,3 V-pin. Dat geeft 30 mA op de GPIO-pinnen en 20 mA op de 3,3 V-pin. Wat aan de 5 V-pin hangt komt in geen van beide GPIO-sommen voor, en andersom net zo.
4. Kijk welke pin het zwaarst belast is. Die drie verbruikers van 10 mA zitten op drie pinnen, dus de zwaarste voert 10 mA. Tegen de specificatiegrens van 12 mA van de Pico blijft 2 mA over. Deze controle heeft niets met de som van stap 3 te maken: een enkele verbruiker kan de pin slopen terwijl het totaal ruim binnen blijft.
5. Trek het 5 V-budget af in plaats van het op te zoeken. Het is wat je voeding levert min wat het board voor zichzelf trekt. Een Pi 4 aan een voeding van 3.000 mA houdt met de 800 mA eigen verbruik van zijn rij — de hoogste van de 600 mA van de Pi 4 Model B en de 800 mA van de Pi 400 — 2.200 mA over op de 5 V-pin, en een motor van 1.000 mA past daarin met 1.200 mA over. Dit is het enige van de vier budgetten dat je met een grotere voeding omhoog krijgt.
6. Zet de marge-lijn onder elke grens. Bij 20% wordt 12 mA per pin een lijn op 9,6 mA, worden 50 mA voor alle pinnen 40 mA, en worden de 300 mA van de 3,3 V-pin 240 mA. De 10 mA uit de startstand ligt boven 9,6 en onder 12: binnen de grens, voorbij de marge. Daarom staat er "Binnen alle grenzen" en is de kaart toch geel.
7. Vergelijk verhoudingen, niet getallen. Wat bindt is de krapste verhouding tussen gebruikt en grens over alle controles die überhaupt een grens hebben. Een controle zonder gepubliceerde waarde doet niet mee, en een controle met 0 mA belasting ook niet: een streepje is geen voldoende en een nul is geen voldoende.

Negen doorgerekende gevallen, geordend naar wat je erbij moet zetten

Niets nodig: zes leds van 20 mA op een ESP32-ontwikkelboard

20 mA per pin tegen de 40 mA van de ESP32, en 120 mA tegen een cumulatieve 1.200 mA: de twee budgetten die dit board publiceert komen er allebei door, en de krapste is de pin, op de helft van zijn grens. Voor de 3,3 V-pin van een ESP32-ontwikkelboard bestaat geen gepubliceerde waarde, dus die controle blijft buiten beschouwing.
Lees voordat je achteroverleunt wel welk soort getallen dit zijn. De 1.200 mA is een belastingswaarde uit de tabel met absolute maximumwaarden, en Espressif tekent er zelf bij aan dat de stroom per pin van ongeveer 40 mA richting 29 mA zakt naarmate meer pinnen in hetzelfde voedingsdomein tegelijk leveren. Het plafond waar je op een ontwikkelboard echt tegenaan loopt is de 3,3 V-regelaar erop en de USB-poort erachter, en omdat die waarde van de fabrikant van jouw board komt en niet van Espressif, kan deze controle hem niet meenemen.

Ook niets nodig, maar je voeding bepaalt het: een motor van 1 A op de 5 V-pin van een Pi 4

Het 5 V-budget is wat je voeding levert min wat het board voor zichzelf trekt. Een Pi 4 aan een voeding van 3.000 mA en de 800 mA eigen verbruik van die rij — de hoogste van de 600 mA van de Pi 4 Model B en de 800 mA van de Pi 400 — houdt 2.200 mA over op de 5 V-pin. Een motor van 1.000 mA komt er dus door met 1.200 mA over, en de controle die bindt is je 5 V-voeding. De GPIO-budgetten komen er niet aan te pas.
Dit is het enige budget dat je met een grotere adapter omhoog krijgt; de andere drie liggen vast in het silicium. Aanloopstroom en blokkeerstroom van een motor zijn een aparte vraag die deze controle niet modelleert: de piek bij het starten kan een veelvoud zijn van de stabiele waarde die je intypt, en degene die dat moet overleven is de voeding en niet de rekenmachine.

Een transistor of MOSFET: één verbruiker van 15 mA op een Pico-pin

Eén verbruiker van 15 mA aan een GPIO-pin van een Pico komt er met 3 mA te veel uit. Het totaal is ontspannen, 15 van de 50 mA, en de 3,3 V-pin wordt niet aangeraakt; wat zakt is alleen de pin zelf, 15 mA tegen een specificatiegrens van 12 mA.
Omdat de chip ruimte heeft en alleen een pin eroverheen gaat, heet de remedie transistor of MOSFET en geen driver-IC: "Een pin moet deze belasting schakelen, niet dragen". Diezelfde 15 mA aan een pin van een Raspberry Pi 5 passen wél, met 1 mA over, omdat de waarde per pin van de Pi 16 mA veilige stroom is waar die van de Pico 12 mA specificatie is. Eén vuistregel komt niet ongeschonden van het ene board naar het andere.

Een driver-IC, want het chiptotaal knelt: acht RGB-leds rechtstreeks op een Pico

Acht RGB-leds met gemeenschappelijke kathode zijn 24 losse kanalen, en bij 20 mA per stuk vragen ze 480 mA van de GPIO-pinnen, verdeeld over 24 pinnen. Het totaalbudget van de Pico is 50 mA, dus het oordeel luidt 430 mA te veel op "Alle GPIO-pinnen samen". De controle per pin zakt ook, 20 mA tegen een specificatiegrens van 12 mA, maar wat de uitkomst bepaalt is de som: verbruikers tussen pinnen heen en weer schuiven repareert geen chiptotaal, en de remediekaart zegt dat in zijn kop — "De chip kan dit niet leveren, wat je per pin ook doet".
Dit is de vraag waar de rekenmachine uit is voortgekomen. Een bericht op het Raspberry Pi-forum van 5 september 2026 opent letterlijk met "To my understanding, there is only 50 mA of current total that the pi pico can output, meaning that I can't just wire these to the gpio pins and ground." De antwoorden bevestigen dat de 50 mA net zo goed voor opnemen als voor leveren geldt, en sturen de vraagsteller naar een PCA9685 of naar adresseerbare WS2812B en APA102, die hun eigen voeding meebrengen en één of twee pinnen nodig hebben in plaats van 24.

Nog steeds een driver-IC: dezelfde acht RGB-leds op een Pico 2

Verwissel RP2040 voor RP2350 en de pot die de voorganger tussen GPIO en QSPI verdeelde wordt 100 mA voor de GPIO-pinnen alleen, met 20 mA apart voor QSPI. De 480 mA zijn nog altijd 380 mA te veel, en de waarde per pin is niet bewogen: 20 mA tegen dezelfde specificatiegrens van 12 mA.
Een ander board koopt je 50 mA waar de leds bijna het tienvoudige vragen. Dit paar is het sterkste argument voor een tabel per board in plaats van één set getallen: dezelfde zin, over dezelfde bedrading, krijgt twee verschillende antwoorden op twee boards die in elk gesprek allebei "een Pico" heten.

Een driver-IC, ook als het de pin is die bindt: een relaismodule van 70 mA op een Pi 5

70 mA uit één pin is 54 mA te veel boven de veilige stroom van 16 mA van de Pi, en diezelfde belasting alleen is meteen ook 20 mA te veel boven de 50 mA van alle pinnen samen. De controle die bindt is de pin, en tóch opent de rekenmachine de driverkaart en niet de transistorkaart, want als allebei eroverheen gaan gaat het chiptotaal voor: de belasting is te groot voor de chip, niet alleen voor een van zijn pinnen.
De opstelling die wel werkt voedt de module vanaf de 5 V-pin en laat de GPIO hem schakelen via een transistor, MOSFET of optocoupler, zodat de pin de belasting commandeert in plaats van hem te dragen. Op Circuits Online staat datzelfde advies in de draad "GPIO gebruiken voor schakelen" (21 januari 2017) over solid-state relais: daar opent RP6conrad met "Ik dacht dat de RPI maximaal 10 mA per pin mag schakelen" en stuurt hij naar een transistor, waarna big_fat_mama een ULN2803 voorstelt, "8 (darlington)transistors in één doosje". Het advies klopt; de 10 mA staat in geen enkel document van Raspberry Pi. Veel relaisprintjes brengen die transistor en optocoupler zelf al mee — als die van jou dat doet, vul dan de stroom van zijn ingang in en niet die van de spoel.

Een driver-IC voor iets wat bescheiden lijkt: vier leds van 15 mA op een Pi 5

15 mA op één pin past binnen de veilige stroom van 16 mA van de Pi met 1 mA over, wat de rekenmachine als krap en niet als groen aanmerkt. Vier daarvan zijn 60 mA over de GPIO-pinnen tegen 50 mA veilige stroom voor alles samen, dus het oordeel luidt 10 mA te veel en de controle die bindt is het totaal.
Eronder verschijnt een tweede regel: "Eén pin voert 15 mA, boven de hoogste drive-stand van 12 mA van dit pad. Die stroom gaat er wel doorheen, maar de uitgangsspanning haalt de specificatie niet meer." Wat eruitziet als een bescheiden paneeltje van vier leds gaat over twee verschillende plafonds tegelijk, en geen van beide zie je door alleen naar de voorschakelweerstand te kijken.

Een eigen geregelde voeding: 60 mA aan de 3,3 V-pin van een Arduino Uno

De technische specificaties van Arduino geven de 3,3 V-pin van de Uno 50 mA, een waarde die van de regelaar op de print komt en niet van de ATmega328P. Een verbruiker van 60 mA is 10 mA te veel, de controle die bindt is de 3,3 V-pin, en de remedie heet "Geef hem een eigen voeding", omdat wat tekortschiet de voorziening is en niet een pin.
De budgetten van de chip blijven er ondertussen onaangeroerd bij: 0 mA tegen de absolute maximumwaarde van 40 mA per pin en 0 mA tegen de 200 mA in totaal. Een sensor op 3,3 V raakt de ATmega nergens aan, en daarom zou een controle die alleen uit de pin- en totaalwaarden van de microcontroller is opgebouwd deze montage woordeloos doorlaten.

Geen remedie, want er valt niets te vergelijken: een sensor van 30 mA aan de 3,3 V-pin van een Pi 5

Aan de GPIO-pinnen hangt niets en de enige verbruiker zit aan de 3,3 V-pin van de header. Het oordeel zegt het voluit — "Voor dit board is geen grens gepubliceerd" — schrijft de som ernaast, 30 mA op de 3,3 V-pin, en laat de vergelijking ongedaan. Raspberry Pi heeft nooit verklaard waar die pin goed voor is, dus een streepje is de eerlijke uitkomst, en een streepje is geen voldoende en geen nul.
Diezelfde 30 mA zouden op een Pico worden afgemeten tegen de 300 mA die het datasheet aanbeveelt, en op een Arduino Uno tegen de 50 mA die Arduino publiceert. Van die drie boards hebben er maar twee een getal om de sensor mee te vergelijken, en de kaart zegt je in welk van de twee gevallen je zit in plaats van je stilzwijgend door te laten.

Wat elk board publiceert, en wat voor soort getal het is

BoardPer GPIO-pinAlle GPIO-pinnen samen3,3 V-pinHoogste drive-stand
Raspberry Pi 5 / 50016 mA — veilig50 mA — veiligNiet gepubliceerd12 mA
Raspberry Pi 4 Model B / 40016 mA — veilig50 mA — veiligNiet gepubliceerd8 mA
Raspberry Pi 3 (B / B+ / A+)16 mA — veilig50 mA — veiligNiet gepubliceerd16 mA
Raspberry Pi Zero 2 W16 mA — veilig50 mA — veiligNiet gepubliceerd16 mA
Raspberry Pi Zero / Zero W16 mA — veilig50 mA — veiligNiet gepubliceerd16 mA
Pico / Pico W (RP2040)12 mA — specificatie50 mA — specificatie, GPIO en QSPI samen300 mA — aanbevolen12 mA
Pico 2 / Pico 2 W (RP2350)12 mA — specificatie100 mA — specificatie, plus 20 mA voor QSPI300 mA — aanbevolen12 mA
Arduino Uno R3 / Nano (ATmega328P)40 mA — absoluut maximum200 mA — absoluut maximum50 mA — aanbevolen20 mA
ESP32-ontwikkelboard (ESP32-WROOM-32)40 mA — specificatie1.200 mA — absoluut maximumNiet gepubliceerd40 mA

Acht getallen die in het Nederlands rondgaan, en wat er werkelijk staat

  • "Een Pi mag 10 mA per pin schakelen." Zo staat het op Circuits Online in de draad "GPIO gebruiken voor schakelen", en het advies dat erachteraan komt (een transistor, of een ULN2803) klopt volledig. Het getal niet: in de documenten van Raspberry Pi staat 16 mA als veilige stroom, en 8 mA is iets anders, namelijk de hoogste drive-stand van de 4-serie. Wie 10 mA als plafond aanhoudt keurt een montage af die past, en wie 8 mA als plafond aanhoudt haalt een drive-stand en een grens door elkaar.
  • "51 mA voor alle GPIO samen." Dat antwoord staat in de Nederlandstalige draad "Maximale belasting GPIO" op het Raspberry Pi-forum. Raspberry Pi zelf publiceert 50 mA, in één zin op zijn voedingspagina: alle GPIO-pinnen samen mogen veilig 50 mA trekken, en elke pin afzonderlijk tot 16 mA. Het verschil van één milliampère verandert niets aan een montage; wat wel telt, is dat de 51 in geen van de documenten onder Bronnen voorkomt en de 50 woordelijk op de voedingspagina van Raspberry Pi staat.
  • De 50 mA aan de 3,3 V-voeding ophangen. Op Circuits Online staat de Engelse regel "You may draw no more than 50 mA from the +3.3 V supply" geciteerd, waarmee het totaal van de GPIO-pinnen een eigenschap van de 3,3 V-rail wordt. Dat zijn twee verschillende budgetten. De 50 mA hoort bij de GPIO-pinnen samen; voor de 3,3 V-pinnen op de header publiceert Raspberry Pi niets, en de rondzwervende 250 mA en 500 mA komen niet uit een document van Raspberry Pi.
  • De 16 mA als gemiddelde lezen. "Gemiddeld zo'n 16 milliampère", schrijft nieuwsopbeeld.nl, en "het totale maximum ligt rond de 50 milliampère". Het is geen gemiddelde en geen benadering: 16 mA is de waarde waarvoor de pads zijn ontworpen, onder het kopje Safe current, met de zin erachteraan dat er daarboven geen gegarandeerde veilige maximumstroom is.
  • De 50 mA van de Pico als waarde per pin lezen. Het is de som van alles wat de GPIO- en de QSPI-pinnen van de RP2040 tegelijk leveren, met een tweede, onafhankelijk budget van 50 mA voor alles wat ze opnemen. Per pin is het 12 mA, en beide getallen komen uit tabel 625 van hetzelfde datasheet: het totaal op een eigen regel, de 12 mA als conditie bij de regels voor V_OH en V_OL.
  • Een absolute maximumwaarde opmaken. De 40 mA per pin van de Uno staat bij Microchip onder de kop die waarschuwt voor blijvende schade. De technische specificaties van Arduino geven 20 mA als gelijkstroom per I/O-pin, en dat is de waarde waarbij de ATmega gekarakteriseerd is. Hetzelfde geldt voor de 1.200 mA van de ESP32: het is de enige cumulatieve waarde die Espressif publiceert, en ze staat in de tabel met absolute maximumwaarden onder de aantekening dat normaal bedrijf bij die condities niet geïmpliceerd wordt.
  • Denken dat PWM de stroom deelt. Een ledstrook op 50% pulsbreedte halveert het gemiddelde, en het pad ziet de volle piek zolang de pin hoog is. Alle budgetten op deze pagina zijn piekwaarden, dus vul de piek in. Een multimeter in gemiddelde-stand geeft je hier het vriendelijkere en het verkeerde getal.
  • Vertrouwen op het beroemde getal van een onderdeel. De overal geciteerde 60 mA per WS2812B staat niet in het datasheet van de WS2812B; daar is helemaal geen voedingsstroom per led opgegeven. Precies daarom heeft deze pagina geen onderdelenbibliotheek, maar een veld waarin jij de milliampère van jouw exemplaar of van je eigen meting zet.

Zo gebruik je de GPIO-stroombudget-rekenmachine

De pagina opent op een Raspberry Pi Pico met drie verbruikers van 10 mA aan GPIO-pinnen, één van 20 mA aan de 3,3 V-pin en 20% veiligheidsmarge. Die stand past binnen alle vier de grenzen en is tóch geel, want 10 mA tegen een specificatiegrens van 12 mA is de marge-lijn op 9,6 mA al gepasseerd. Het verschil tussen een marge en een grens zichtbaar maken is waar de startstand voor bestaat.
1. Kies je board in het veld "Board". Daaraan hangen de vier budgetten, de drive-ladder, het aantal GPIO-pinnen en de voorgevulde 5 V-voeding. Voor een board dat de lijst niet kent is er de ingang waarin je de drie grenzen zelf uit een datasheet overneemt.
2. Vul de eerste regel onder "Wat je wilt aansluiten" in: stroom per stuk, hoeveel, en aangesloten op — een GPIO-pin, de 3,3 V-pin of de 5 V-pin. Er passen zes verbruikers in, met eronder een actie om er een toe te voegen en een om er een weg te halen.
3. Vul de stroom in die het onderdeel in jouw schakeling trekt, gemeten of uit zijn eigen datasheet. Een onderdelenbibliotheek zit er bewust niet in: wat een led trekt hangt af van de voorschakelweerstand, van de kleur en van de spanning waarop je hem laat werken, en sommige beroemde getallen staan nergens geschreven.
4. Open "Geavanceerd" wanneer je het nodig hebt. Daar staan wat je 5 V-voeding kan leveren, de veiligheidsmarge op 0, 10, 20 of 30%, en bij een zelf ingevoerd board de drie grenzen die je zelf typt.
5. Lees eerst de oordeelkaart. Die loopt over de volle breedte en draagt de kleur van de controle die bindt, dus een groen oordeel boven een gele controle kan er niet staan. Hij noemt of het krapste budget met beide getallen, of hoeveel milliampère je te veel zit en bij welke controle.
6. Loop de controlekaarten eronder af: "Alle GPIO-pinnen samen" met een balk, "De zwaarst belaste pin", "De 3,3 V-pin" en "Je 5 V-voeding", die laatste alleen als daar iets aan hangt. Elke kop draagt mee wat voor soort grens hij aan het toetsen is, zodat je ziet of je een veilige stroom of een absoluut maximum nadert.
7. Bekijk de detailregels: hoeveel pinnen je bezet, de drive-melding wanneer een pin meer voert dan de hoogste stand van zijn pad en toch binnen de grens per pin blijft, en de lijst met budgetten die uit de vergelijking vallen omdat de fabrikant niets publiceert.
8. Kopieer de budgetten. "De budgetten van dit board" heeft een kopieerknop, en wat daar uit komt — vier gelabelde regels, het oordeel, de marge en een streepje waar niets gepubliceerd is — is precies het blok dat je onder een forumvraag plakt.

De vier soorten grenzen, en hoe dicht je er bij mag gaan zitten

Veilige stroom

Een stroom waaronder de fabrikant verklaart dat je het onderdeel niet beschadigt. De pads van Raspberry Pi zijn op die basis voor 16 mA ontworpen. Voor je montage betekent het ontwerpruimte: op 14 mA gaan zitten is een keuze die je kunt verdedigen, want boven de waarde ligt geen klif maar een gebied waarover de fabrikant niets belooft.

Specificatiegrens

Een stroom waarboven de pin elektrisch blijft werken terwijl zijn uitgangsspanning de gepubliceerde waarde niet meer haalt. De 12 mA per pin van een Pico en de 40 mA van een ESP32 zijn hiervan. Voor je montage betekent het dat er vóór de hardware iets anders breekt: de logische niveaus. Een ingang verderop leest je hoog dan niet meer als hoog.

Absoluut maximum

Een belastingswaarde, afgedrukt onder de waarschuwing dat overschrijden blijvende schade kan veroorzaken. De 40 mA per pin en de 200 mA door VCC of GND van de Arduino Uno, en de 1.200 mA cumulatief van de ESP32, zijn dat. Voor je montage betekent het dat je er niet in de buurt komt: 38 mA tegen een absoluut maximum van 40 mA is geen krappe marge maar een gok.

Aanbevolen maximum

Advies van de fabrikant in plaats van een gemeten specificatie. De 300 mA van de 3,3 V-pin van de Pico en de 50 mA van die van de Uno zijn hiervan. Het staat meestal als lopende tekst in het document en niet als tabelregel, en juist daarom verdwijnt het als eerste uit een samenvatting.

Drive-stand

Een instelling van het pad die kiest hoe hard de uitgang trekt: 2, 4, 8 of 12 mA op een RP2040 of RP2350, en een ladder van 2 tot 16 mA op een Raspberry Pi die op de 4-serie halveert. Het is nooit een begrenzer. Allebei de Pico's worden wakker op de stand van 4 mA, en op een Pi 4 loopt de ladder tot 8 mA terwijl de veilige stroom 16 mA blijft — dat gat ertussen is waar de rekenmachine zijn drive-melding voor heeft.

Leveren en opnemen

Leveren is stroom die de pin uit loopt naar de belasting; opnemen is stroom die de pin in loopt vanaf een belasting aan de plus. RP2040 publiceert een apart budget van 50 mA voor elke richting, dus tien leds van 5 mA die leveren plus tien die opnemen komen erdoor waar twintig van 5 mA die allemaal leveren sneuvelen. Deze rekenmachine modelleert die richting niet: hij vraagt er nooit naar en telt alles wat aan de GPIO-pinnen hangt bij één grens op.

QSPI-pinnen

De pinnen waarmee een RP2040 of RP2350 bij zijn flashgeheugen komt. RP2040 telt ze binnen dezelfde 50 mA als de GPIO; RP2350 geeft ze 20 mA van zichzelf naast de 100 mA van de GPIO. Ze steken niet uit de rand van een Pico, maar ze eten wel uit hetzelfde budget, en daarom raakt het totaal van een Pico eerder op dan je verwacht als je alleen de pinnen telt die je ziet.

Veiligheidsmarge

Het percentage onder elke gepubliceerde grens waarvanaf deze rekenmachine een controle krap noemt: 0, 10, 20 of 30%, standaard 20%. Bij 20% wordt een Pico-pin geel op 9,6 mA tegen zijn grens van 12 mA. De marge is er om onderdelentolerantie, voedingsspanning en temperatuur op te vangen, die de echte stroom rond het getal laten schommelen dat jij hebt ingevuld.

Verbruik van het kale board

Wat een board voor zichzelf trekt voordat je er iets aan hangt, door Raspberry Pi per model gepubliceerd: 800 mA op de rij van de Pi 5 en op die van de Pi 4, 150 mA op die van de Zero / Zero W. De rekenmachine trekt het van je voeding af om het 5 V-budget te krijgen, en waar een rij meer dan één model dekt neemt hij de hoogste gepubliceerde waarde.


Een bedrading door alle vier de controles krijgen

  • Kijk eerst wat voor soort getal het is, en pas daarna hoe groot het is. Een veilige stroom heeft ontwerpruimte erboven en een absoluut maximum niet, dus 14 mA tegen de 16 mA veilige stroom van een Pi is een ontwerpkeuze en 38 mA tegen de 40 mA absolute maximumwaarde van een Uno is een gok.
  • Laat de marge het rekenwerk doen. Hij staat onder "Geavanceerd" op 0, 10, 20 of 30%, komt binnen op 20%, en kleurt een controle geel zodra je de lijn passeert. In de startstand worden drie leds van 10 mA geel op 9,6 mA in plaats van te wachten tot de 12 mA.
  • Koppel de remedie aan de controle die zakte. Een pin eroverheen met een gezond chiptotaal vraagt om een transistor of MOSFET, zodat de pin de belasting schakelt in plaats van hem te dragen. Een chiptotaal eroverheen vraagt om een driver-IC — een PCA9685 voor gewone leds, WS2812B of APA102 voor adresseerbare — want omprikken repareert geen som. Een rail eroverheen vraagt om een eigen geregelde voeding.
  • Onthoud welke van de twee voorgaat. De rekenmachine opent precies één remediekaart, en het chiptotaal wint van de pin: als alle pinnen samen eroverheen gaan krijg je de driverkaart, ook wanneer er daarnaast één pin eroverheen gaat.
  • Let op een Pi 4 op het gat tussen drive-stand en veilige stroom. De ladder van de 4-serie eindigt op 8 mA terwijl de 16 mA veilige stroom blijft staan, dus alles daartussen laat de pin de stroom voeren met de uitgangsspanning buiten specificatie. De rekenmachine schrijft die regel erbij wanneer hij van toepassing is.
  • Een Pico 2 tilt de som op en laat de pin waar hij was. RP2350 brengt de GPIO-waarde van 50 naar 100 mA en geeft QSPI 20 mA van zichzelf, terwijl de 12 mA per pin exact blijft staan. Was het de controle per pin die zakte, dan verandert het wisselen van board niets.
  • Dimensioneer de 5 V-pin vanuit je voeding. Dat budget is wat je hebt ingevuld dat je voeding levert, min het gepubliceerde eigen verbruik van het board: 800 mA op de rijen van Pi 5 en Pi 4, 150 mA op die van Zero / Zero W. Een grotere adapter tilt dit ene budget op; bij de andere drie gebeurt er niets.
  • Plak de budgettentabel onder je forumvraag. De kopieerknop op "De budgetten van dit board" levert vier gelabelde regels plus het oordeel en de marge, en dat is precies wat een antwoord nodig heeft wanneer iemand vraagt wat jouw board kan leveren. De Nederlandstalige draad "Maximale belasting GPIO" op het Raspberry Pi-forum opent precies zo: met een vraagsteller die tegenstrijdige waarden heeft gelezen, van 16 mA tot 250 mA.

Wat deze controle niet dekt

Elke waarde per pin, voor alle pinnen samen en per rail is gelezen uit het fabrikantsdocument dat onder Bronnen staat, en de dataset is op 17 september 2026 cel voor cel opnieuw afgeleid. Waar een rij meer dan één model dekt draagt hij het hoogste gepubliceerde eigen verbruik van de modellen die hij noemt, zodat de 5 V-ruimte nooit te ruim uitvalt. Niets in de tabel is een schatting uit de community en niets is geïnterpoleerd.
Een aantal dingen valt bewust buiten de rekenkunde, en een montage kan alle vier de budgetten halen en op een daarvan alsnog stuklopen.
Stroom die een pin in loopt. Dat is een andere vraag, beantwoord door de ingangsspecificatie en de klemdiodes en niet door een uitgangsbudget.
Aanloopstroom, blokkeerstroom en transiënten. De startpiek van een motor en de laadstoot van een condensator liggen een veelvoud boven de stabiele waarde die je invult, en geen van beide is gemodelleerd.
De pulsbreedte bij PWM. Het pad ziet de piek zolang de pin hoog is, dus een gedimde led draagt hier zijn volle stroom bij. Dat is de conservatieve lezing en voor een pad-grens de juiste.
De richting van de stroom. RP2040 publiceert een apart budget van 50 mA voor leveren en voor opnemen, wat betekent dat je een belasting over die twee kunt verdelen. Deze pagina vraagt nergens naar de richting en telt alles wat aan de GPIO-pinnen hangt bij één grens op, wat de strengere lezing is.
Gelijktijdig schakelen en thermische en behuizingsgrenzen. De aantekening van Espressif dat de stroom per pin van de ESP32 van ongeveer 40 mA richting 29 mA zakt naarmate meer pinnen in hetzelfde domein tegelijk leveren is er één voorbeeld van; de dissipatie van de behuizing een tweede.
De poortgroepen van de Arduino Uno. Twee brongroepen van elk 150 mA en drie putgroepen van elk 100 mA bijten eerder dan de 200 mA in totaal, en ze toepassen zou vragen om te weten op welke fysieke pin elke verbruiker zit en welke kant de stroom op loopt — twee gegevens waar deze pagina nooit naar vraagt.
De waarden van de Pi 5 zijn de algemene pad-richtlijn van Raspberry Pi. Geen enkel document over BCM2712 of RP1 publiceert een stroom per pin of in totaal; het randapparatuurhandboek van de RP1 heeft überhaupt geen hoofdstuk met elektrische kenmerken. De 16 mA en de 50 mA komen van de modelbrede pad- en voedingspagina's, die de Pi 5 onder de gedekte boards noemen zonder de waarden per model in te perken. Wat wél gedocumenteerd is, is dat de drive-standen van de RP1 op 12 mA eindigen.
Op een ESP32 bindt de totaalcontrole vrijwel nooit. De 1.200 mA is de enige cumulatieve waarde die Espressif publiceert en het is een belastingswaarde, dus een montage die 400 mA over de pinnen trekt leest hier als binnen alle grenzen terwijl de 3,3 V-regelaar van het ontwikkelboard zelf misschien al bezwijkt. Die regelaar is van de fabrikant van het board en niet van Espressif, en daarom staat er geen waarde voor in deze dataset.
De wet van Ohm woont ergens anders. Weerstandswaarden, doorlaatspanning van een led, looptijd van een accu, rendement van de voeding, spanningsval over de draad, vermogensonderhandeling van een HAT en USB-enumeratie zijn aparte berekeningen, en geen daarvan loopt hier.

GPIO-stroom — veelgestelde vragen

Hoeveel stroom kan een GPIO-pin leveren?

Dat hangt van de chip af. Een pad van een Raspberry Pi is ontworpen op 16 mA als veilige stroom, een pin van een Pico of Pico 2 is gespecificeerd op 12 mA, een ESP32-pin op 40 mA, en een pin van een Arduino Uno draagt 40 mA als absolute maximumwaarde bij 20 mA gelijkstroom.

Zijn de 50 mA van de Raspberry Pi Pico per pin of voor alle pinnen samen?

Voor alle pinnen samen. Het RP2040-datasheet houdt de som van wat de GPIO- en QSPI-pinnen leveren op 50 mA, en houdt apart alles wat ze opnemen op 50 mA. Per pin is het 12 mA.

Klopt het dat een Raspberry Pi maar 10 mA per pin mag schakelen?

Nee, dat getal staat in geen enkel document van Raspberry Pi. Het duikt als vuistregel op in de Circuits Online-draad "GPIO gebruiken voor schakelen", en het advies dat eromheen staat — een transistor, MOSFET of ULN2803 tussen de pin en de belasting — klopt wel degelijk. Wat Raspberry Pi publiceert is 16 mA per pin als veilige stroom en 50 mA voor alle GPIO-pinnen samen. Ook de 8 mA die soms als plafond wordt genoemd is iets anders: dat is de hoogste drive-stand van de 4-serie, en een drive-stand is geen begrenzer.

Kan de Pico 2 meer stroom leveren dan de Pico?

In het totaal ja, per pin nee. RP2350 publiceert 100 mA over de GPIO-pinnen plus 20 mA voor de QSPI-pinnen, in beide richtingen, waar RP2040 GPIO en QSPI in één enkel getal van 50 mA per richting stopte. Per pin zijn beide chips op 12 mA gespecificeerd, hebben ze allebei 12 mA als hoogste drive-stand en worden ze allebei wakker op de stand van 4 mA. Voor een paneeltje met indicatieleds scheelt dat verdubbelde totaal echt iets; aan wat één losse pin doet verandert het niets.

Hoeveel leds kan ik op een Raspberry Pi Pico aansluiten?

Deel de 50 mA van het totaal door wat één led trekt, en toets de waarde per pin apart. Bij 2 mA per led, ruim genoeg voor een indicatie, komen twintig leds op twintig pinnen op 40 mA uit en komen ze erdoor. Bij 20 mA per stuk zou het totaal voor twee reiken, maar 20 mA op één pin is de specificatiegrens van 12 mA al voorbij, dus het eerlijke antwoord is dan een transistor per led of een driver-IC. Acht RGB-leds, oftewel 24 kanalen, vragen 480 mA en zitten er bijna tien keer overheen: dat is een driver-IC of een adresseerbare strook, geen andere bedrading.

Hoeveel stroom levert de 3,3 V-pin van een Raspberry Pi?

Raspberry Pi publiceert voor die pin geen enkel getal. De pad-documentatie zegt dat de 3,3 V-voeding ontworpen is op ongeveer 3 mA per GPIO-pin, en dat beschrijft het verbruik van de pads zelf en niet wat de pin op de header kan leveren; geen ander document van Raspberry Pi noemt een grens voor de pin. De getallen die in het Nederlands in plaats daarvan rondgaan komen van elders: 250 mA als "waarschijnlijk" antwoord op een forum, 50 mA overgenomen uit een Engelse tekst over de 3,3 V-voeding, en 500 mA van pinout.xyz, dat er in dezelfde alinea bij schrijft dat het bij gebrek aan documentatie en metingen een vuistregel is. Deze rekenmachine zet daar een streepje en laat de 3,3 V-pin op een Pi uit het oordeel. Op een Pico bestaat het antwoord wél — onder 300 mA, aanbevolen door het datasheet — en op een Arduino Uno is het 50 mA uit de regelaar op de print.

Is een drive-stand hetzelfde als een stroomgrens?

Nee. Een drive-stand is de stroom waaronder het pad zijn spanningsspecificatie nog haalt. Belast de pin boven zijn stand en hij levert de stroom met een inzakkende spanning. Het RP2350-datasheet noemt zijn eigen waarden uitdrukkelijk geen harde grenzen.

Wat gebeurt er als ik over de stroomgrens ga?

Dat hangt af van welke grens het is en van welk soort. Voorbij een specificatiegrens blijft de pin geleiden terwijl zijn uitgangsspanning het opgegeven bereik verlaat, dus de logische niveaus breken vóór de hardware. Voorbij een absolute maximumwaarde zit je in het gebied waarvoor de fabrikant blijvende schade aankondigt. Over het gebied ertussenin is de pad-documentatie van Raspberry Pi onomwonden: 16 mA is de veilige waarde waaronder je het apparaat niet beschadigt, en daarboven bestaat er geen gegarandeerde veilige maximumstroom. Die laatste zin is degene om paraat te hebben wanneer iemand voorstelt het gewoon te proberen — boven de veilige waarde belooft de fabrikant niets, zelfs niet dat de print op dezelfde dag uitvalt.

Mag ik een relaismodule rechtstreeks op een GPIO-pin aansluiten?

Kijk eerst wat de ingang van de module trekt. Een relais van 70 mA aan een pin van een Raspberry Pi 5 komt er met 54 mA te veel uit boven de veilige stroom van 16 mA per pin, en tegelijk met 20 mA te veel boven de 50 mA van het chiptotaal. De opstelling die werkt voedt de module vanaf de 5 V-pin en laat de GPIO een transistor, MOSFET of optocoupler schakelen, zodat de pin de belasting commandeert in plaats van hem te dragen; een vrijloopdiode over de spoel hoort erbij. Veel relaisprintjes brengen die transistor en optocoupler al mee — dan is het getal dat je invult de stroom van hun ingang en niet die van de spoel.

Hoeveel leds kan een Arduino Uno aan?

Het plafond dat de Uno publiceert is 200 mA door zijn VCC- en GND-pinnen, en dat is een absolute maximumwaarde en geen bedrijfsbudget; de technische specificaties van Arduino geven 20 mA als gelijkstroom per I/O-pin. Onder die 200 mA bijten eerst groepsgrenzen: twee brongroepen van 150 mA en drie putgroepen van 100 mA, afhankelijk van welke fysieke pinnen je gebruikt hebt. Reken met de 20 mA, houd afstand tot de groepsgrenzen, en behandel elk paneel waarvan de som er een passeert als werk voor een schuifregister of een driver-IC.

Waarom noemt het ESP32-datasheet 1.200 mA, en mag ik die opmaken?

De 1.200 mA is de cumulatieve I/O-uitgangsstroom uit de tabel met absolute maximumwaarden, gepubliceerd als belastingswaarde onder de aantekening dat normaal bedrijf bij die condities niet geïmpliceerd wordt. Precies daarom draagt het getal hier het etiket absoluut maximum, en praktisch volgt eruit dat de totaalcontrole op een ESP32 vrijwel nooit bindt. De grens waar je op een ontwikkelboard het eerst tegenaan loopt is de 3,3 V-regelaar erop en de USB-poort erachter, en die waarde is van de fabrikant van jouw board en niet van Espressif, dus ze staat niet in deze dataset. Espressif tekent er ook bij aan dat de stroom per pin van ongeveer 40 mA richting 29 mA zakt naarmate meer pinnen in hetzelfde voedingsdomein tegelijk leveren.

Waar komen deze grenzen per board vandaan?

Elke waarde is gelezen uit het document van de fabrikant zelf, genoemd onder Bronnen bij de rekenmachine: de RP2040- en RP2350-datasheets voor de pin- en totaalwaarden van de Pico's, de datasheets van Pico en Pico 2 voor hun 3,3 V-aanbeveling, de hardwaredocumentatie van Raspberry Pi voor de pads en de voeding, het randapparatuurhandboek van de RP1 voor de drive-standen van de Pi 5, het ESP32-datasheet voor de waarden van Espressif, en het ATmega328P-datasheet samen met de technische specificaties van de Uno Rev3 voor de Arduino. De dataset is op 17 september 2026 cel voor cel opnieuw afgeleid. Waar een document niets publiceert staat er een streepje in plaats van een vervanger — en daarom komt de 3,3 V-waarde van de Uno van de productpagina van Arduino: het huidige datasheet van de UNO R3 laat zijn eigen regel over stroomverbruik als een niet-ingevulde "xx mA" staan.

Is deze GPIO-stroomrekenmachine gratis?

Ja, zonder account en zonder installatie. De berekening loopt in je browser mee terwijl je typt, en de budgettentabel heeft een kopieerknop, bedoeld om het resultaat in een forumdraad of in je projectlogboek te plakken.

De rekenmachine zegt dat ik eroverheen ga. Wat verander ik?

Lees welke controle zakte, want de drie gevallen vragen om verschillende onderdelen. Een pin eroverheen bij een gezond chiptotaal is een schakelprobleem: zet een transistor of MOSFET tussen de pin en de belasting, en de pin voert daarna alleen nog wat het schakelen kost. Een chiptotaal eroverheen laat zich niet met omprikken repareren — daarvoor is een driver-IC nodig die de hele groep overneemt, een PCA9685 voor gewone leds en WS2812B of APA102 voor adresseerbare, met een eigen voeding voor de leds. Een rail eroverheen, of dat nu de 3,3 V-pin of de 5 V-voeding is, betekent een eigen geregelde voeding of een grotere adapter. De rekenmachine opent precies één remediekaart, en het chiptotaal gaat voor de pin: als alle pinnen samen eroverheen gaan krijg je de driverkaart, ook wanneer er daarnaast één pin eroverheen gaat.

Mijn uitkomst is krap en niet te veel. Is dat erg?

Krap betekent dat je binnen de gepubliceerde grens zit maar boven de veiligheidsmarge, die standaard op 20% staat. Op een Pico-pin is dat de band van 9,6 mA tot 12 mA. Of je dat accepteert hangt af van het soort plafond: een veilige stroom heeft ontwerpruimte erboven, een specificatiegrens betekent dat de uitgangsspanning al dicht bij de rand van zijn venster zit, en een absolute maximumwaarde nader je helemaal niet. Onderdelentolerantie, voedingsspanning en temperatuur verschuiven de echte stroom rond het getal dat je hebt ingevuld, en dat opvangen is precies waar de marge voor is.

Bronnen en referenties

  1. Raspberry Pi — hardwaredocumentatie. Uit gpio-pad-controls komt de 16 mA voor de pads ("All the electronics of the pads are designed for 16 mA… a safe value under which you will not damage the device"), samen met de waarschuwing dat een drive-stand geen stroombegrenzing is en dat de drive-ladder op 4-serie-apparaten halveert. power-supplies levert de andere helft: "Combined, the GPIO pins can draw 50mA safely; each pin can individually draw up to 16mA", plus het verbruik van het kale board per model
  2. Raspberry Pi — RP2040 Datasheet, §5.5.3 Pin Specifications. Tabel 625 bevat de twee budgetten van de Pico: IIOVDD_MAX 50 mA geleverd en IIOVSS_MAX 50 mA opgenomen, elk de som van de GPIO- én de QSPI-pinnen samen. De tabel met absolute grenswaarden bevat alleen spanningen, en daarom staat de 12 mA per pin hier als specificatiegrens en niet als rating
  3. Raspberry Pi — RP2350 Datasheet, §14.9 Electrical specifications. De opvolger splitst wat de RP2040 samenvoegde: 100 mA over de GPIO-pinnen en 20 mA over QSPI, in beide richtingen — de duidelijkste reden waarom deze pagina een dataset per board bijhoudt in plaats van één set getallen
  4. Raspberry Pi — Pico Datasheet. De eigen waarde van de 3,3 V-pin ("it is recommended to keep the load on this pin less than 300 mA") en de 26 GPIO aan de rand van het board
  5. Raspberry Pi — Pico 2 Datasheet. Dezelfde 3,3 V-aanbeveling en hetzelfde aantal pinnen voor het RP2350-board
  6. Raspberry Pi — RP1 Peripherals, §3.1 GPIO. De drive-standen van de pads van de Pi 5 (2/4/8/12 mA) en de 28 GPIO die de 40-pins header halen, waarvan er twee gereserveerd zijn voor HAT-herkenning. Een hoofdstuk met elektrische kenmerken ontbreekt, en daarom komen de waarden per pin en in totaal voor de Pi 5 van de modelbrede voedingspagina en niet uit een BCM2712-tabel
  7. Espressif — ESP32 Series Datasheet, §5 Electrical Characteristics. De 40 mA per pin is een DC-kenmerk; de 1200 mA is een absolute maximumwaarde voor belastingspieken, geen budget, en de waarde per pin zakt richting 29 mA naarmate meer pinnen in hetzelfde domein tegelijk stroom leveren
  8. Microchip — ATmega48A/PA/88A/PA/168A/PA/328/P Datasheet (DS40002061B), Absolute Maximum Ratings. De 40 mA per pin en de 200 mA door VCC of GND zijn grenswaarden, geen bedrijfswaarden, en de poortgroepen bijten eerder dan die 200 mA
  9. Arduino — UNO Rev3 productpagina, Tech Specs: "DC Current for 3.3V Pin 50 mA". De eigen 3,3 V-regelaar van het board, en de enige gepubliceerde waarde voor die pin op een Uno — in het huidige UNO R3-datasheet blijft de regel over stroomverbruik leeg

Inhoud gecontroleerd door het team van Smart Calculators