GPIO-stroombudget-rekenmachine
Kijk hoeveel stroom je verbruikers trekken tegenover de gepubliceerde grenzen van je board per pin, voor alle pinnen samen, op 3,3 V en op 5 V — en wat je erbij moet zetten als je eroverheen gaat.
Wat je wilt aansluiten
Meerdere onderdelen aan één pin? Zet ze als één verbruiker neer en tel hun stromen op — dan hoeft de controle per pin niet te raden hoe je ze verdeelt.
Uit het datasheet van het onderdeel, of zelf gemeten.
Eén GPIO-pin per stuk.
Hoeveel hiervan aan die pin hangen.
Eén GPIO-pin per stuk.
Eén GPIO-pin per stuk.
Eén GPIO-pin per stuk.
Eén GPIO-pin per stuk.
Geavanceerd — voeding van 500 mA · marge van 20 %
Ingevuld op basis van het gekozen board. Vul je eigen waarde in als je die kent.
Laat een waarde op 0 staan als de documentatie van je board die niet publiceert — de rekenmachine zegt dat dan, in plaats van er een te verzinnen.
Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) — vier budgetten gecontroleerd
Binnen alle grenzen — het krapst is één pin op 10 van 12 mA
Je veiligheidsmarge van 20 % legt de waarschuwingslijn op 9,6 mA; de grens zelf ligt op 12 mA.
Alle GPIO-pinnen samen · specificatie
30 mA van 50 mA
nog 20 mA over
30 mA van de 50 mA voor alle pinnen samen
De zwaarst belaste pin · specificatie
10 mA van 12 mA
nog 2 mA over
De 3,3 V-pin · aanbevolen
20 mA van 300 mA
nog 280 mA over
Je 5 V-voeding · je voeding
0 mA van 500 mA
Dit budget bepaalt je voeding, niet het board.
3 GPIO-pinnen in gebruik
Eén pin voert 0 mA, boven de hoogste drive-stand van 0 mA van dit pad. Die stroom gaat er wel doorheen, maar de uitgangsspanning haalt de specificatie niet meer.
: dit board publiceert daar geen grens, dus dat budget valt buiten de vergelijking.
Je verbruikers
| Verbruiker | Per stuk (mA) | Hoeveel | Aangesloten op | Totaal (mA) | Status |
|---|---|---|---|---|---|
| Verbruiker 1 | 10 | 3 | GPIO-pin | 30 | krap |
| Verbruiker 2 | 20 | 1 | 3,3 V-pin | 20 | goed |
GPIO-stroombudget — Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) Oordeel: Binnen alle grenzen — het krapst is één pin op 10 van 12 mA Per GPIO-pin | 12 mA | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 10 mA | nog 2 mA over Alle GPIO-pinnen samen | 50 mA | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 30 mA | nog 20 mA over De 3,3 V-pin | 300 mA | Aanbevolen maximum — advies van de fabrikant, geen specificatie | 20 mA | nog 280 mA over Je 5 V-voeding | 500 mA | Je voeding, niet het board | 0 mA | nog 500 mA over Veiligheidsmarge: 20 %
De budgetten van dit board
| Budget | Grens | Wat voor grens | Je gebruikt | Over |
|---|---|---|---|---|
| Per GPIO-pin | 12 | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 10 | 2 |
| Alle GPIO-pinnen samen | 50 | Specificatiegrens — daarboven haalt de uitgangsspanning de specificatie niet meer | 30 | 20 |
| De 3,3 V-pin | 300 | Aanbevolen maximum — advies van de fabrikant, geen specificatie | 20 | 280 |
| Je 5 V-voeding | 500 | Je voeding, niet het board | 0 | 500 |
Waarden uit de documentatie van Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040). Een streepje betekent dat de fabrikant er geen publiceert — dat budget staat er wel, maar wordt niet vergeleken.
De berekening, regel voor regel
GPIO-pinnen: 3 × 10 = 30 mA over 3 pinnen
3,3 V-pin: 1 × 20 = 20 mA
5 V-pin: niets = 0 mA
Krapst: één pin op 10 van 12 mA — nog 2 mA over
Een pin moet deze belasting schakelen, niet dragen
Eén pin zit op 10 mA tegenover de 12 mA die dit board toestaat. Stuur vanaf de pin een transistor of MOSFET aan, of gebruik een driver-IC, zodat de stroom van de belasting uit de voeding komt en niet door het pad loopt.
De chip kan dit niet leveren, wat je per pin ook doet
Alle GPIO-pinnen samen komen op 30 mA tegenover 50 mA. Voed de belasting vanuit de voeding en laat het board hem alleen aansturen — een PCA9685 voor gewone leds, WS2812B of APA102 voor adresseerbare — met de massa's doorverbonden.
Geef hem een eigen voeding
Je 5 V-voeding zit er 0 mA overheen. Voed de belasting met een eigen geregelde voeding en verbind de massa's.
Wat elk board kan leveren
| Board | Per losse pin | Soort | Max. drive-stand | Alle pinnen samen | 3,3 V-pin | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Raspberry Pi 5 / 500 | 16 | veilig | 12 | 50 | niet gepubliceerd | De 16 mA en de 50 mA zijn de algemene pad-richtlijn van Raspberry Pi; geen enkel document over de BCM2712 of de RP1 publiceert een stroom per pin of in totaal. De drive-standen van de RP1 houden op bij 12 mA. |
| Raspberry Pi 4 Model B / 400 | 16 | veilig | 8 | 50 | niet gepubliceerd | De pads van de BCM2711 beginnen op 4 mA drive en gaan tot 8 mA — de helft van de oudere modellen. |
| Raspberry Pi 3 (B / B+ / A+) | 16 | veilig | 16 | 50 | niet gepubliceerd | De pads van de BCM2835-familie beginnen op 8 mA drive en gaan tot 16 mA. |
| Raspberry Pi Zero 2 W | 16 | veilig | 16 | 50 | niet gepubliceerd | De RP3A0 gebruikt pads uit de BCM2835-familie: 8 mA drive standaard, 16 mA als maximum. |
| Raspberry Pi Zero / Zero W | 16 | veilig | 16 | 50 | niet gepubliceerd | Pads van de BCM2835: 8 mA drive standaard, 16 mA als maximum. |
| Raspberry Pi Pico / Pico W (RP2040) | 12 | specificatie | 12 | 50 | 300 | De 50 mA van de RP2040 geldt voor de GPIO- en de QSPI-pinnen samen, en apart voor leveren en opnemen van stroom. Een pin start op 4 mA drive, niet op 12. |
| Raspberry Pi Pico 2 / Pico 2 W (RP2350) | 12 | specificatie | 12 | 100 | 300 | De RP2350 splitst het budget: 100 mA over de GPIO-pinnen en 20 mA over QSPI, in beide richtingen. Een pin start nog steeds op 4 mA drive. |
| Arduino Uno R3 / Nano (ATmega328P) | 40 | absoluut maximum | 20 | 200 | 50 | 40 mA en 200 mA zijn absolute maximumwaarden, geen bedrijfswaarden. De poortgroepen bijten eerder: 150 mA opgeteld per groep die stroom levert (er zijn er twee) en 100 mA per groep die stroom opneemt (er zijn er drie). |
| ESP32 dev board (ESP32-WROOM-32) | 40 | specificatie | 40 | 1.200 | niet gepubliceerd | De 1200 mA is een absolute maximumwaarde voor belastingspieken, geen budget — de regelaar van het dev-board en de USB-poort zijn het echte plafond. De stroom per pin zakt bovendien van ongeveer 40 mA naar ongeveer 29 mA naarmate meer pinnen in hetzelfde domein tegelijk stroom leveren. |
Elke waarde komt uit het document van de fabrikant zelf, gecontroleerd op 2026-09-17. Een cel met „niet gepubliceerd” is er een die de fabrikant niet vermeldt.
Wat deze controle niet dekt
- Stroom die een pin in loopt. Dat is een vraag over de klemdiodes in het datasheet, geen rekensom.
- Inschakel-, blokkeer- en piekstromen. Een motor of een grote condensator trekt op het moment van starten veel meer.
- De duty cycle van PWM. Het pad ziet de piek, dus een led dimmen verlaagt niet wat deze pagina controleert.
- Gelijktijdig schakelen, thermische grenzen en die van de behuizing. Raspberry Pi zegt dat die van je print, je ontkoppeling en je belasting afhangen en buiten hun invloed liggen.
- Wat elk onderdeel trekt. De milliampères vul je zelf in: hier staat geen onderdelenlijst, want zelfs de befaamde 60 mA van de WS2812B staat niet in zijn eigen datasheet.
- Weerstandswaarden, de drempelspanning van een led en de wet van Ohm.
- Accuduur, rendement van de voeding en spanningsval over de kabel.
- Het uitonderhandelen van vermogen door HATs en USB-enumeratie.
Boardwaarden gecontroleerd op 2026-09-17
Elke waarde per pin, voor alle pinnen samen en per rail komt uit het fabrikantsdocument dat onder Bronnen staat. Niets op deze pagina is een schatting uit de community.
GPIO-stroombudget-rekenmachine. Welke van de vier grenzen van je board het eerst knelt.
Wat is een stroombudget voor GPIO-pinnen?
Zelf narekenen: welke vier getallen je opzoekt, en hoe je ze optelt
Negen doorgerekende gevallen, geordend naar wat je erbij moet zetten
Niets nodig: zes leds van 20 mA op een ESP32-ontwikkelboard
Ook niets nodig, maar je voeding bepaalt het: een motor van 1 A op de 5 V-pin van een Pi 4
Een transistor of MOSFET: één verbruiker van 15 mA op een Pico-pin
Een driver-IC, want het chiptotaal knelt: acht RGB-leds rechtstreeks op een Pico
Nog steeds een driver-IC: dezelfde acht RGB-leds op een Pico 2
Een driver-IC, ook als het de pin is die bindt: een relaismodule van 70 mA op een Pi 5
Een driver-IC voor iets wat bescheiden lijkt: vier leds van 15 mA op een Pi 5
Een eigen geregelde voeding: 60 mA aan de 3,3 V-pin van een Arduino Uno
Geen remedie, want er valt niets te vergelijken: een sensor van 30 mA aan de 3,3 V-pin van een Pi 5
Wat elk board publiceert, en wat voor soort getal het is
| Board | Per GPIO-pin | Alle GPIO-pinnen samen | 3,3 V-pin | Hoogste drive-stand |
|---|---|---|---|---|
| Raspberry Pi 5 / 500 | 16 mA — veilig | 50 mA — veilig | Niet gepubliceerd | 12 mA |
| Raspberry Pi 4 Model B / 400 | 16 mA — veilig | 50 mA — veilig | Niet gepubliceerd | 8 mA |
| Raspberry Pi 3 (B / B+ / A+) | 16 mA — veilig | 50 mA — veilig | Niet gepubliceerd | 16 mA |
| Raspberry Pi Zero 2 W | 16 mA — veilig | 50 mA — veilig | Niet gepubliceerd | 16 mA |
| Raspberry Pi Zero / Zero W | 16 mA — veilig | 50 mA — veilig | Niet gepubliceerd | 16 mA |
| Pico / Pico W (RP2040) | 12 mA — specificatie | 50 mA — specificatie, GPIO en QSPI samen | 300 mA — aanbevolen | 12 mA |
| Pico 2 / Pico 2 W (RP2350) | 12 mA — specificatie | 100 mA — specificatie, plus 20 mA voor QSPI | 300 mA — aanbevolen | 12 mA |
| Arduino Uno R3 / Nano (ATmega328P) | 40 mA — absoluut maximum | 200 mA — absoluut maximum | 50 mA — aanbevolen | 20 mA |
| ESP32-ontwikkelboard (ESP32-WROOM-32) | 40 mA — specificatie | 1.200 mA — absoluut maximum | Niet gepubliceerd | 40 mA |
Acht getallen die in het Nederlands rondgaan, en wat er werkelijk staat
- "Een Pi mag 10 mA per pin schakelen." Zo staat het op Circuits Online in de draad "GPIO gebruiken voor schakelen", en het advies dat erachteraan komt (een transistor, of een ULN2803) klopt volledig. Het getal niet: in de documenten van Raspberry Pi staat 16 mA als veilige stroom, en 8 mA is iets anders, namelijk de hoogste drive-stand van de 4-serie. Wie 10 mA als plafond aanhoudt keurt een montage af die past, en wie 8 mA als plafond aanhoudt haalt een drive-stand en een grens door elkaar.
- "51 mA voor alle GPIO samen." Dat antwoord staat in de Nederlandstalige draad "Maximale belasting GPIO" op het Raspberry Pi-forum. Raspberry Pi zelf publiceert 50 mA, in één zin op zijn voedingspagina: alle GPIO-pinnen samen mogen veilig 50 mA trekken, en elke pin afzonderlijk tot 16 mA. Het verschil van één milliampère verandert niets aan een montage; wat wel telt, is dat de 51 in geen van de documenten onder Bronnen voorkomt en de 50 woordelijk op de voedingspagina van Raspberry Pi staat.
- De 50 mA aan de 3,3 V-voeding ophangen. Op Circuits Online staat de Engelse regel "You may draw no more than 50 mA from the +3.3 V supply" geciteerd, waarmee het totaal van de GPIO-pinnen een eigenschap van de 3,3 V-rail wordt. Dat zijn twee verschillende budgetten. De 50 mA hoort bij de GPIO-pinnen samen; voor de 3,3 V-pinnen op de header publiceert Raspberry Pi niets, en de rondzwervende 250 mA en 500 mA komen niet uit een document van Raspberry Pi.
- De 16 mA als gemiddelde lezen. "Gemiddeld zo'n 16 milliampère", schrijft nieuwsopbeeld.nl, en "het totale maximum ligt rond de 50 milliampère". Het is geen gemiddelde en geen benadering: 16 mA is de waarde waarvoor de pads zijn ontworpen, onder het kopje Safe current, met de zin erachteraan dat er daarboven geen gegarandeerde veilige maximumstroom is.
- De 50 mA van de Pico als waarde per pin lezen. Het is de som van alles wat de GPIO- en de QSPI-pinnen van de RP2040 tegelijk leveren, met een tweede, onafhankelijk budget van 50 mA voor alles wat ze opnemen. Per pin is het 12 mA, en beide getallen komen uit tabel 625 van hetzelfde datasheet: het totaal op een eigen regel, de 12 mA als conditie bij de regels voor V_OH en V_OL.
- Een absolute maximumwaarde opmaken. De 40 mA per pin van de Uno staat bij Microchip onder de kop die waarschuwt voor blijvende schade. De technische specificaties van Arduino geven 20 mA als gelijkstroom per I/O-pin, en dat is de waarde waarbij de ATmega gekarakteriseerd is. Hetzelfde geldt voor de 1.200 mA van de ESP32: het is de enige cumulatieve waarde die Espressif publiceert, en ze staat in de tabel met absolute maximumwaarden onder de aantekening dat normaal bedrijf bij die condities niet geïmpliceerd wordt.
- Denken dat PWM de stroom deelt. Een ledstrook op 50% pulsbreedte halveert het gemiddelde, en het pad ziet de volle piek zolang de pin hoog is. Alle budgetten op deze pagina zijn piekwaarden, dus vul de piek in. Een multimeter in gemiddelde-stand geeft je hier het vriendelijkere en het verkeerde getal.
- Vertrouwen op het beroemde getal van een onderdeel. De overal geciteerde 60 mA per WS2812B staat niet in het datasheet van de WS2812B; daar is helemaal geen voedingsstroom per led opgegeven. Precies daarom heeft deze pagina geen onderdelenbibliotheek, maar een veld waarin jij de milliampère van jouw exemplaar of van je eigen meting zet.
Zo gebruik je de GPIO-stroombudget-rekenmachine
De vier soorten grenzen, en hoe dicht je er bij mag gaan zitten
Veilige stroom
Een stroom waaronder de fabrikant verklaart dat je het onderdeel niet beschadigt. De pads van Raspberry Pi zijn op die basis voor 16 mA ontworpen. Voor je montage betekent het ontwerpruimte: op 14 mA gaan zitten is een keuze die je kunt verdedigen, want boven de waarde ligt geen klif maar een gebied waarover de fabrikant niets belooft.
Specificatiegrens
Een stroom waarboven de pin elektrisch blijft werken terwijl zijn uitgangsspanning de gepubliceerde waarde niet meer haalt. De 12 mA per pin van een Pico en de 40 mA van een ESP32 zijn hiervan. Voor je montage betekent het dat er vóór de hardware iets anders breekt: de logische niveaus. Een ingang verderop leest je hoog dan niet meer als hoog.
Absoluut maximum
Een belastingswaarde, afgedrukt onder de waarschuwing dat overschrijden blijvende schade kan veroorzaken. De 40 mA per pin en de 200 mA door VCC of GND van de Arduino Uno, en de 1.200 mA cumulatief van de ESP32, zijn dat. Voor je montage betekent het dat je er niet in de buurt komt: 38 mA tegen een absoluut maximum van 40 mA is geen krappe marge maar een gok.
Aanbevolen maximum
Advies van de fabrikant in plaats van een gemeten specificatie. De 300 mA van de 3,3 V-pin van de Pico en de 50 mA van die van de Uno zijn hiervan. Het staat meestal als lopende tekst in het document en niet als tabelregel, en juist daarom verdwijnt het als eerste uit een samenvatting.
Drive-stand
Een instelling van het pad die kiest hoe hard de uitgang trekt: 2, 4, 8 of 12 mA op een RP2040 of RP2350, en een ladder van 2 tot 16 mA op een Raspberry Pi die op de 4-serie halveert. Het is nooit een begrenzer. Allebei de Pico's worden wakker op de stand van 4 mA, en op een Pi 4 loopt de ladder tot 8 mA terwijl de veilige stroom 16 mA blijft — dat gat ertussen is waar de rekenmachine zijn drive-melding voor heeft.
Leveren en opnemen
Leveren is stroom die de pin uit loopt naar de belasting; opnemen is stroom die de pin in loopt vanaf een belasting aan de plus. RP2040 publiceert een apart budget van 50 mA voor elke richting, dus tien leds van 5 mA die leveren plus tien die opnemen komen erdoor waar twintig van 5 mA die allemaal leveren sneuvelen. Deze rekenmachine modelleert die richting niet: hij vraagt er nooit naar en telt alles wat aan de GPIO-pinnen hangt bij één grens op.
QSPI-pinnen
De pinnen waarmee een RP2040 of RP2350 bij zijn flashgeheugen komt. RP2040 telt ze binnen dezelfde 50 mA als de GPIO; RP2350 geeft ze 20 mA van zichzelf naast de 100 mA van de GPIO. Ze steken niet uit de rand van een Pico, maar ze eten wel uit hetzelfde budget, en daarom raakt het totaal van een Pico eerder op dan je verwacht als je alleen de pinnen telt die je ziet.
Veiligheidsmarge
Het percentage onder elke gepubliceerde grens waarvanaf deze rekenmachine een controle krap noemt: 0, 10, 20 of 30%, standaard 20%. Bij 20% wordt een Pico-pin geel op 9,6 mA tegen zijn grens van 12 mA. De marge is er om onderdelentolerantie, voedingsspanning en temperatuur op te vangen, die de echte stroom rond het getal laten schommelen dat jij hebt ingevuld.
Verbruik van het kale board
Wat een board voor zichzelf trekt voordat je er iets aan hangt, door Raspberry Pi per model gepubliceerd: 800 mA op de rij van de Pi 5 en op die van de Pi 4, 150 mA op die van de Zero / Zero W. De rekenmachine trekt het van je voeding af om het 5 V-budget te krijgen, en waar een rij meer dan één model dekt neemt hij de hoogste gepubliceerde waarde.
Een bedrading door alle vier de controles krijgen
- Kijk eerst wat voor soort getal het is, en pas daarna hoe groot het is. Een veilige stroom heeft ontwerpruimte erboven en een absoluut maximum niet, dus 14 mA tegen de 16 mA veilige stroom van een Pi is een ontwerpkeuze en 38 mA tegen de 40 mA absolute maximumwaarde van een Uno is een gok.
- Laat de marge het rekenwerk doen. Hij staat onder "Geavanceerd" op 0, 10, 20 of 30%, komt binnen op 20%, en kleurt een controle geel zodra je de lijn passeert. In de startstand worden drie leds van 10 mA geel op 9,6 mA in plaats van te wachten tot de 12 mA.
- Koppel de remedie aan de controle die zakte. Een pin eroverheen met een gezond chiptotaal vraagt om een transistor of MOSFET, zodat de pin de belasting schakelt in plaats van hem te dragen. Een chiptotaal eroverheen vraagt om een driver-IC — een PCA9685 voor gewone leds, WS2812B of APA102 voor adresseerbare — want omprikken repareert geen som. Een rail eroverheen vraagt om een eigen geregelde voeding.
- Onthoud welke van de twee voorgaat. De rekenmachine opent precies één remediekaart, en het chiptotaal wint van de pin: als alle pinnen samen eroverheen gaan krijg je de driverkaart, ook wanneer er daarnaast één pin eroverheen gaat.
- Let op een Pi 4 op het gat tussen drive-stand en veilige stroom. De ladder van de 4-serie eindigt op 8 mA terwijl de 16 mA veilige stroom blijft staan, dus alles daartussen laat de pin de stroom voeren met de uitgangsspanning buiten specificatie. De rekenmachine schrijft die regel erbij wanneer hij van toepassing is.
- Een Pico 2 tilt de som op en laat de pin waar hij was. RP2350 brengt de GPIO-waarde van 50 naar 100 mA en geeft QSPI 20 mA van zichzelf, terwijl de 12 mA per pin exact blijft staan. Was het de controle per pin die zakte, dan verandert het wisselen van board niets.
- Dimensioneer de 5 V-pin vanuit je voeding. Dat budget is wat je hebt ingevuld dat je voeding levert, min het gepubliceerde eigen verbruik van het board: 800 mA op de rijen van Pi 5 en Pi 4, 150 mA op die van Zero / Zero W. Een grotere adapter tilt dit ene budget op; bij de andere drie gebeurt er niets.
- Plak de budgettentabel onder je forumvraag. De kopieerknop op "De budgetten van dit board" levert vier gelabelde regels plus het oordeel en de marge, en dat is precies wat een antwoord nodig heeft wanneer iemand vraagt wat jouw board kan leveren. De Nederlandstalige draad "Maximale belasting GPIO" op het Raspberry Pi-forum opent precies zo: met een vraagsteller die tegenstrijdige waarden heeft gelezen, van 16 mA tot 250 mA.
Wat deze controle niet dekt
GPIO-stroom — veelgestelde vragen
Hoeveel stroom kan een GPIO-pin leveren?
Zijn de 50 mA van de Raspberry Pi Pico per pin of voor alle pinnen samen?
Klopt het dat een Raspberry Pi maar 10 mA per pin mag schakelen?
Kan de Pico 2 meer stroom leveren dan de Pico?
Hoeveel leds kan ik op een Raspberry Pi Pico aansluiten?
Hoeveel stroom levert de 3,3 V-pin van een Raspberry Pi?
Is een drive-stand hetzelfde als een stroomgrens?
Wat gebeurt er als ik over de stroomgrens ga?
Mag ik een relaismodule rechtstreeks op een GPIO-pin aansluiten?
Hoeveel leds kan een Arduino Uno aan?
Waarom noemt het ESP32-datasheet 1.200 mA, en mag ik die opmaken?
Waar komen deze grenzen per board vandaan?
Is deze GPIO-stroomrekenmachine gratis?
De rekenmachine zegt dat ik eroverheen ga. Wat verander ik?
Mijn uitkomst is krap en niet te veel. Is dat erg?
Bronnen en referenties
- Raspberry Pi — hardwaredocumentatie. Uit gpio-pad-controls komt de 16 mA voor de pads ("All the electronics of the pads are designed for 16 mA… a safe value under which you will not damage the device"), samen met de waarschuwing dat een drive-stand geen stroombegrenzing is en dat de drive-ladder op 4-serie-apparaten halveert. power-supplies levert de andere helft: "Combined, the GPIO pins can draw 50mA safely; each pin can individually draw up to 16mA", plus het verbruik van het kale board per model
- Raspberry Pi — RP2040 Datasheet, §5.5.3 Pin Specifications. Tabel 625 bevat de twee budgetten van de Pico: IIOVDD_MAX 50 mA geleverd en IIOVSS_MAX 50 mA opgenomen, elk de som van de GPIO- én de QSPI-pinnen samen. De tabel met absolute grenswaarden bevat alleen spanningen, en daarom staat de 12 mA per pin hier als specificatiegrens en niet als rating
- Raspberry Pi — RP2350 Datasheet, §14.9 Electrical specifications. De opvolger splitst wat de RP2040 samenvoegde: 100 mA over de GPIO-pinnen en 20 mA over QSPI, in beide richtingen — de duidelijkste reden waarom deze pagina een dataset per board bijhoudt in plaats van één set getallen
- Raspberry Pi — Pico Datasheet. De eigen waarde van de 3,3 V-pin ("it is recommended to keep the load on this pin less than 300 mA") en de 26 GPIO aan de rand van het board
- Raspberry Pi — Pico 2 Datasheet. Dezelfde 3,3 V-aanbeveling en hetzelfde aantal pinnen voor het RP2350-board
- Raspberry Pi — RP1 Peripherals, §3.1 GPIO. De drive-standen van de pads van de Pi 5 (2/4/8/12 mA) en de 28 GPIO die de 40-pins header halen, waarvan er twee gereserveerd zijn voor HAT-herkenning. Een hoofdstuk met elektrische kenmerken ontbreekt, en daarom komen de waarden per pin en in totaal voor de Pi 5 van de modelbrede voedingspagina en niet uit een BCM2712-tabel
- Espressif — ESP32 Series Datasheet, §5 Electrical Characteristics. De 40 mA per pin is een DC-kenmerk; de 1200 mA is een absolute maximumwaarde voor belastingspieken, geen budget, en de waarde per pin zakt richting 29 mA naarmate meer pinnen in hetzelfde domein tegelijk stroom leveren
- Microchip — ATmega48A/PA/88A/PA/168A/PA/328/P Datasheet (DS40002061B), Absolute Maximum Ratings. De 40 mA per pin en de 200 mA door VCC of GND zijn grenswaarden, geen bedrijfswaarden, en de poortgroepen bijten eerder dan die 200 mA
- Arduino — UNO Rev3 productpagina, Tech Specs: "DC Current for 3.3V Pin 50 mA". De eigen 3,3 V-regelaar van het board, en de enige gepubliceerde waarde voor die pin op een Uno — in het huidige UNO R3-datasheet blijft de regel over stroomverbruik leeg