Procentcalculator. Hoeveel is X % van Y, en hoeveel % is X van Y.
Een procentcalculator beantwoordt twee vragen: hoeveel is 9 % van 250 (22,5), en hoeveel procent is 21 van 121 (17,36 %). Je vult twee getallen in, het antwoord verschijnt in de kaart Resultaat en wordt afgerond op twee decimalen.
Wat is een percentage?
Procent betekent per honderd: 21 % staat voor 21 van elke 100. Datzelfde getal is ook te lezen als de breuk 21/100 en als het kommagetal 0,21, en juist die drie schrijfwijzen door elkaar gebruiken is waar de meeste rekenfouten ontstaan.
Bijna elke procentvraag uit het dagelijks leven valt in een van twee soorten, en de rekentool hierboven is precies op die twee gebouwd. De eerste is Hoeveel is X % van Y? — de som achter 21 % btw over € 100 (dat is € 21), achter 8 % vakantiegeld over je brutojaarloon en achter 50 % korting op € 80 (dat is € 40). De tweede is Hoeveel % is X van Y? — de som achter een toets met 22 goed van de 30 (73,33 %), achter een omzetaandeel van 150 in een totaal van 1.200 (12,5 %) en achter de vraag hoeveel btw er in een prijs van € 121 zit (17,36 %).
De twee blokken zijn elkaars spiegelbeeld, en de startwaarden van de tool laten dat meteen zien: bovenin staat 15 % van 200 = 30, onderin 30 van 200 = 15 %. Het zijn dezelfde drie getallen, van twee kanten gelezen. Wie een uitkomst wil controleren, voert hem daarom in het andere blok opnieuw in — komt het derde getal niet terug, dan staat er ergens een getal in het verkeerde veld.
Er zit bewust géén derde veld in voor een procentuele stijging of daling. Die som is hier wel te maken, alleen in twee stappen: trek zelf de oude waarde van de nieuwe af en voer dat verschil daarna in als Waarde, met de oude waarde als Totaal. De veelgestelde vragen hieronder rekenen dat helemaal voor.
In Nederland loopt het eerste blok vooral via de btw. Volgens de Belastingdienst geldt een algemeen btw-tarief van 21 % voor alle producten en diensten die niet zijn vrijgesteld, en een verlaagd tarief van 9 % voor onder meer etenswaren en sommige diensten. Beide tarieven zijn gewoon een percentage van het bedrag exclusief btw — pas als je een prijs inclusief btw hebt en wilt weten hoeveel belasting erin zit, kantelt de vraag naar het tweede blok.
Zo gebruik je de procentcalculator
De pagina toont twee blokken onder elkaar, elk met een eigen kop en een eigen kaart Resultaat. Kies het blok dat bij je vraag past en typ er twee getallen in; het antwoord verandert mee terwijl je typt.
Blok 1 — Hoeveel is X % van Y?
1. Vul bij Percentage het tarief of het aandeel in, bijvoorbeeld 9 voor het verlaagde btw-tarief. Het veld toont zelf het teken %.
2. Vul achter van het bedrag of getal in waarover je rekent, bijvoorbeeld 250.
3. De kaart vermenigvuldigt 250 met 9 en deelt door 100: 250 × 9 ÷ 100 = 22,5.
Blok 2 — Hoeveel % is X van Y?
1. Vul bij Waarde het deel in, bijvoorbeeld een score van 22.
2. Vul bij Totaal het geheel in, bijvoorbeeld 30 vragen.
3. De kaart deelt 22 door 30 en vermenigvuldigt met 100: 22 ÷ 30 × 100 = 73,33 %.
Beide blokken ronden af op twee decimalen. Daardoor verschijnt 22 van de 30 als 73,33 % en niet als een rij drieën, en levert 25 van 80 een exacte 31,25 % op. Welk blok je nodig hebt, hangt maar van één ding af: ken je het percentage al, dan is het blok 1; moet het percentage er juist uit komen, dan is het blok 2.
De twee formules achter de kaarten
Uitkomst=100X×Y
X = Het percentage, bijvoorbeeld 21 voor 21 % btw
Y = Het bedrag of getal waarvan je het percentage neemt
De formule hierboven hoort bij blok 1, Hoeveel is X % van Y. Blok 2, Hoeveel % is X van Y, gebruikt dezelfde verhouding maar lost hem op naar het percentage in plaats van naar het bedrag:
P=YX×100
Er zijn dus geen twee losse regels om uit je hoofd te leren, maar één verband tussen een deel, een geheel en een verhouding op schaal 100. Leg twee van die drie vast en de derde ligt vast. Daarom controleer je 9 % van 250 = 22,5 door 22,5 en 250 in blok 2 te zetten: er komt 9 % uit.
Op de Nederlandse middelbare school leer je dezelfde som meestal via de groeifactor. Een prijs met 21 % btw erbij is × 1,21, een korting van 25 % is × 0,75, en 8 % vakantiegeld erbij is × 1,08. De groeifactor is niets anders dan 1 plus of min het percentage in kommagetallen, en hij maakt terugrekenen eenvoudig: delen door 1,21 haalt de btw er weer uit.
De procentuele verandering is geen derde formule die in de tool zit ingebouwd, maar hij hergebruikt blok 2. Reken het verschil tussen nieuw en oud zelf uit en zet dat verschil af tegen de oude waarde:
Δ%=VoudVnieuw−Voud×100
Een positieve uitkomst is een stijging, een negatieve een daling. De oude waarde staat altijd onder de deelstreep; wie de nieuwe waarde als noemer neemt, krijgt een ander en fout percentage.
Veelgebruikte procentsommen in beide blokken
Vraag
Berekening
Uitkomst
15 % van 200 (startwaarde van de tool)
200 × 15 ÷ 100
30
21 % van 100 (algemeen btw-tarief)
100 × 21 ÷ 100
21
9 % van 250 (verlaagd btw-tarief)
250 × 9 ÷ 100
22,5
8 % van 30.000 (vakantiegeld)
30.000 × 8 ÷ 100
2.400
50 % van 80 (halve prijs)
80 × 50 ÷ 100
40
7,5 % van 1.500
1.500 × 7,5 ÷ 100
112,5
30 van 200
30 ÷ 200 × 100
15 %
45 van 200
45 ÷ 200 × 100
22,5 %
21 van 121 (btw in een prijs incl. btw)
21 ÷ 121 × 100
17,36 %
25 van 80 (korting van € 25 op € 80)
25 ÷ 80 × 100
31,25 %
150 van 1.200 (aandeel in een totaal)
150 ÷ 1.200 × 100
12,5 %
22 van 30 (toets)
22 ÷ 30 × 100
73,33 %
Voorbeelden met Nederlandse bedragen
Hoeveel btw zit er in een prijs van € 121?
Een factuur van € 100 exclusief btw krijgt er bij het algemene tarief 21 % bij. Blok 1: 21 % van 100 = 21, dus de klant betaalt € 121. Wil je vanuit die € 121 terug naar het btw-bedrag, dan is het geen kwestie van er 21 % af halen — dat is de klassieke denkfout bij het terugrekenen van btw. Blok 2 laat zien wat het btw-deel werkelijk is: 21 van 121 = 17,36 % van de prijs inclusief btw.
Dat percentage is vast voor elk bedrag met 21 % btw erin, of het nu om € 121 of om € 12.100 gaat, want 21 en 121 blijven zich hetzelfde tot elkaar verhouden. Bij het verlaagde tarief van 9 % is het aandeel 8,26 %. Wie liever met de groeifactor werkt, deelt het bedrag inclusief btw door 1,21 en trekt de uitkomst ervan af: 121 ÷ 1,21 = 100, en 121 − 100 = 21.
Boodschappen met 9 % btw: hoe zwaar weegt het lage tarief?
Een leverancier stuurt een rekening van € 250 exclusief btw voor etenswaren, waarvoor het verlaagde tarief geldt. Blok 1: 9 % van 250 = 22,5, dus het totaal is € 272,50.
De controle gaat door blok 2. Zet 22,5 als Waarde en 272,50 als Totaal en er komt 8,26 % uit: dat is het aandeel van de btw in het totaalbedrag. Zet je in plaats daarvan 22,5 tegenover 250, dan verschijnt weer keurig 9 %. Twee percentages die allebei kloppen en toch iets anders meten — de eerste rekent over het bedrag inclusief btw, de tweede over het bedrag exclusief btw. Wie ze verwisselt, boekt een verkeerd bedrag.
Van aantal goed naar percentage naar cijfer
Een leerling heeft 22 van de 30 vragen goed. Blok 2: 22 ÷ 30 × 100 = 73,33 %.
Om daar een cijfer van te maken gebruiken de meeste Nederlandse scholen de lineaire formule cijfer = (score ÷ maximum) × 9 + 1, wat hier op 0,7333 × 9 + 1 = 7,5997 uitkomt, afgerond een 7,6. Bij 42 van de 50 punten wordt dat 84 % en dus 0,84 × 9 + 1 = 8,56, afgerond een 8,6. Let op dat scholen vaak een eigen cesuur hanteren — het percentage waarbij je precies een 5,5 haalt, ligt in de praktijk vaak rond de 50 tot 55 %, en dan verschuift de hele schaal. Deze rekentool geeft het zuivere percentage; wat je school ervan maakt, staat in het toetsreglement.
8 % vakantiegeld over een brutojaarloon
Volgens de Rijksoverheid heb je recht op vakantiegeld van minimaal 8 % van je brutojaarsalaris van het afgelopen jaar; wettelijk heet dat vakantiebijslag. Bij een brutojaarloon van € 30.000 is dat blok 1: 8 % van 30.000 = 2.400 euro bruto.
Op je loonstrook in mei zie je dat bedrag zelden terug, want er gaat loonheffing af. Draai de vraag daarom om zodra het nettobedrag binnen is: stel dat er € 1.320 wordt bijgeschreven, dan zegt blok 2 dat je 1.320 van 2.400 = 55 % hebt overgehouden en dat er 45 % is ingehouden. Cao's mogen boven de 8 % gaan zitten, dus check het percentage in je eigen cao voordat je rekent.
Korting: het bedrag en het percentage
Een jas van € 80 gaat voor de helft weg. Blok 1: 50 % van 80 = 40, dus je betaalt € 40 en bespaart € 40.
Nu andersom. In de etalage hangt een bordje met € 25 korting op diezelfde jas van € 80, maar zonder percentage. Blok 2: 25 van 80 = 31,25 %. Zo zijn twee aanbiedingen met verschillende prijzen ineens vergelijkbaar. Het percentage is daarbij alleen zo eerlijk als de doorgestreepte prijs waar het van wordt afgeleid. Binnen de EU moet bij een aangekondigde prijsverlaging de laagste prijs van de 30 dagen ervóór worden vermeld, en dat is precies het getal dat in het veld Totaal hoort.
Fouten die iedereen een keer maakt
21 % van een bedrag inclusief btw eraf trekken. Bij € 121 levert dat 21 % van 121 = 25,41 op, en dus € 95,59 in plaats van € 100. Het btw-deel van een prijs met 21 % erin is geen 21 % maar 17,36 %; of je deelt gewoon door 1,21.
Waarde en Totaal omdraaien in blok 2. 30 van 200 is 15 %, maar 200 van 30 is 666,67 %. Het deel hoort boven de deelstreep en het geheel eronder — bij een uitkomst boven de 100 % is dit het eerste wat je nakijkt.
Procent en procentpunt door elkaar halen. Het CBS legt het verschil zo uit: stijgt een verschijnsel van 2 naar 6 procent, dan is de toename 4 procentpunt, terwijl de procentuele toename in datzelfde geval 200 procent is. Dat zijn twee getallen voor precies dezelfde verandering.
Twee kortingen bij elkaar optellen. 25 % korting gevolgd door nog eens 20 % is geen 45 %. De tweede korting gaat over de al verlaagde prijs: 0,75 × 0,80 = 0,60, dus € 100 wordt € 60 en de totale korting is 40 %.
Verwachten dat blok 2 het totaal terugrekent. Weet je dat 13 leerlingen 42 % van de klas zijn, dan komt het aantal leerlingen daar niet uit; dat is delen door de groeifactor: 13 ÷ 0,42 ≈ 31. De tool rekent een percentage uit, geen ontbrekend geheel.
Vergeten dat er op twee decimalen wordt afgerond. Voer je 17,36 % terug in blok 1 over 121, dan verschijnt 21,01 en niet exact 21. Het verschil van een cent zit niet in de rekentool maar in het afgeronde percentage dat je er zelf weer in stopt.
Wat deze rekentool niet doet
De twee blokken dekken de twee vragen die het vaakst voorbijkomen, en verder gaan ze niet. Dat is een keuze: minder velden betekent minder kans dat er een getal in het verkeerde vakje belandt.
Geen apart veld voor stijging of daling. Een procentuele verandering reken je in twee stappen, met het verschil als Waarde en de oude waarde als Totaal.
Geen terugrekenen naar 100 %. Als je alleen een deel en het bijbehorende percentage hebt en het geheel zoekt, deel je zelf: deel ÷ (percentage ÷ 100), oftewel 13 ÷ 0,42 ≈ 31.
Geen btw-knop. Er zit geen keuzelijst met 21 % en 9 % in; je typt het tarief zelf in het veld Percentage. Welk tarief op jouw product of dienst van toepassing is, staat bij de Belastingdienst en niet hier.
Afronding op twee decimalen. Prima voor een prijs, een cijfer of een aandeel. Voor een btw-aangifte of een boekhouding waarin centen precies moeten sluiten, reken je met het volledige, niet-afgeronde getal verder.
Een totaal van 0 geeft 0 %. Wiskundig is delen door nul niet gedefinieerd; deze rekentool toont in dat geval 0 % in plaats van een foutmelding of een oneindig getal. Zie je onverwacht 0 % staan, kijk dan eerst of er wel een echt totaal in het onderste veld staat.
Handigheidjes voor rekenen met procenten
Controleer elke uitkomst in het andere blok. Zegt blok 1 dat 9 % van 250 gelijk is aan 22,5, dan moet 22,5 met 250 in blok 2 weer 9 % opleveren. De startwaarden van de tool zijn precies zo'n paar: 15 % van 200 = 30, en 30 van 200 = 15 %.
Gebruik de 10 %-truc voor hoofdrekenen. Schuif de komma één plaats naar links en je hebt 10 %: van 250 is dat 25. Daarna halveren en stapelen: 5 % is 12,5, en 9 % is 25 − 2,5 = 22,5. Precies wat de rekentool teruggeeft.
X % van Y is altijd gelijk aan Y % van X. 15 % van 200 is 30, en 200 % van 15 is ook 30. Reken dus de kant die het makkelijkst uitkomt; 4 % van 75 is lastiger dan 75 % van 4.
Zet breuken om via blok 2. 1 van 8 is 12,5 %, 1 van 6 is 16,67 % en 7 van 20 is 35 %. Sneller dan een staartdeling, en meteen in het formaat dat je in een verslag of presentatie nodig hebt.
Onthoud de twee btw-aandelen. In een prijs met 21 % btw is 17,36 % belasting, bij 9 % is dat 8,26 %. Met die twee getallen zie je in een oogopslag hoeveel btw er in een kassabon of een offerte zit, zonder eerst terug te rekenen naar het bedrag exclusief btw.
Zet er altijd bij waarvan het percentage is genomen. 73,33 % is een 7,6 op een toets, een uitzonderlijke korting en een alarmerende bezettingsgraad. Zonder het grondtal erbij is een percentage niet te beoordelen — en juist dat grondtal is het veld Totaal.
Begrippen bij het rekenen met procenten
Procent
Een honderdste deel van een geheel. 21 % is 21 van elke 100, dezelfde waarde als de breuk 21/100 en als het kommagetal 0,21.
Procentpunt
Het absolute verschil tussen twee percentages. Van 2 naar 6 procent is een toename van 4 procentpunt en tegelijk een toename van 200 procent, aldus het CBS. Bij tarieven en rentes is procentpunt de precieze term.
Grondtal
Het getal dat voor 100 % staat, in deze rekentool het veld Totaal in blok 2 en het veld achter van in blok 1. Wisselt het grondtal, dan wisselt het percentage mee, ook als het bedrag gelijk blijft.
Groeifactor
Het getal waarmee je vermenigvuldigt om een percentage erbij of eraf te doen: × 1,21 voor 21 % btw erbij, × 0,75 voor 25 % korting. Delen door de groeifactor is de weg terug.
Promille
Een duizendste deel, geschreven als ‰. 5 ‰ is 0,5 %. Je komt het tegen bij alcoholgehalte, waterschapslasten en sommige tarieven, waar percentages te grof zouden zijn.
Btw-tarief
Het percentage omzetbelasting op een levering. De Belastingdienst kent een algemeen tarief van 21 %, een verlaagd tarief van 9 % voor onder meer etenswaren en sommige diensten, en een 0 %-tarief voor een aantal goederen en diensten.
Cesuur
Het percentage waarbij een toets net voldoende is. In de praktijk hanteren veel scholen daarvoor 50 tot 55 %, wat overeenkomt met het cijfer 5,5. De cesuur verandert het percentage niet, alleen het cijfer dat eraan hangt.
Veelgestelde vragen over procenten berekenen
Hoe bereken ik hoeveel procent het ene getal van het andere is?
Deel het deel door het geheel en vermenigvuldig met 100. Zo is 45 van 200 gelijk aan 45 ÷ 200 × 100 = 22,5 %. In de rekentool is dat blok 2: het deel bij Waarde, het geheel bij Totaal.
Hoe bereken ik een percentage van een bedrag?
Vermenigvuldig het bedrag met het percentage en deel door 100. Zo is 9 % van 250 gelijk aan 250 × 9 ÷ 100 = 22,5. Dat is blok 1: eerst het percentage, dan het bedrag.
Hoeveel procent van een prijs inclusief 21 % btw is btw?
17,36 %. Een prijs van € 121 bestaat uit € 100 en € 21 btw, en 21 van 121 is 17,36 %. Bij het verlaagde tarief van 9 % is het btw-aandeel 8,26 % van de prijs inclusief btw.
Kan ik hier een procentuele stijging of daling berekenen?
Deze rekentool heeft daar geen apart blok voor, maar het kan wel in twee stappen. Trek eerst zelf de oude waarde van de nieuwe af. Zet dat verschil daarna in blok 2 als Waarde en de oude waarde als Totaal. Ging een abonnement van € 200 naar € 245, dan is het verschil € 45, en 45 van 200 geeft 45 ÷ 200 × 100 = 22,5 % stijging. De oude waarde hoort altijd bij Totaal, nooit de nieuwe — dat is precies de fout waar de meeste verkeerde percentages vandaan komen.
Wat is het verschil tussen procent en procentpunt?
Een procentpunt is het kale verschil tussen twee percentages, een procent is een verhouding. Het CBS geeft het voorbeeld: stijgt iets van 2 naar 6 procent, dan is de toename 4 procentpunt en de procentuele toename 200 procent. Bij btw-tarieven, rentestanden en werkloosheidscijfers gaat het bijna altijd om procentpunten, ook als de krant het woord procent gebruikt. Wie het onderscheid laat vallen, kan hetzelfde nieuws vijf keer groter of kleiner laten klinken.
Hoe reken ik het aantal goede antwoorden om naar een percentage en een cijfer?
Het percentage haal je uit blok 2: 22 goed van de 30 is 22 ÷ 30 × 100 = 73,33 %. Voor het cijfer gebruiken de meeste Nederlandse scholen de lineaire formule (score ÷ maximum) × 9 + 1, wat hier uitkomt op 7,6. Bij 42 van de 50 punten is dat 84 % en een 8,6. Hanteert je school een cesuur die afwijkt van de lineaire schaal, dan blijft het percentage hetzelfde maar verandert het cijfer.
Kan een percentage boven de 100 % uitkomen?
Ja. Zodra het deel groter is dan het geheel waarmee je vergelijkt, gaat blok 2 boven de 100 %: 200 van 30 geeft 666,67 %. Bij groei is dat volstrekt normaal — een omzet die verdrievoudigt, is 300 % van de oude omzet en dus 200 % gegroeid. Gaat het om een aandeel in een totaal, dan wijst een uitkomst boven de 100 % er meestal op dat Waarde en Totaal zijn omgewisseld.
Waarom staat er 0 % als ik het totaal op 0 zet?
Delen door nul is wiskundig niet gedefinieerd. Deze rekentool geeft in dat geval 0 % terug in plaats van een foutmelding of een oneindig getal, zodat de pagina blijft rekenen terwijl je typt. Zie je 0 % terwijl je een echte uitkomst verwacht, controleer dan of er wel een totaal in het onderste veld staat.
Hoe reken ik terug naar 100 % als ik alleen een deel en een percentage heb?
Dat is de enige klassieke procentsom die niet in deze rekentool zit. Deel het bekende deel door het percentage in kommagetallen: zijn 13 leerlingen 42 % van de klas, dan telt de klas 13 ÷ 0,42 ≈ 31 leerlingen. Hetzelfde geldt voor een prijs: € 60 na 25 % korting betekent 60 ÷ 0,75 = € 80 origineel.
Hoe nauwkeurig zijn de uitkomsten en hoe wordt er afgerond?
Beide blokken rekenen met de standaardformules en ronden af op twee decimalen, dus 22 van 30 verschijnt als 73,33 %. Sommen die precies uitkomen, zoals 45 van 200 = 22,5 %, krijgen geen extra cijfers. Voer je een afgerond percentage weer terug in het andere blok, dan kan de uitkomst een cent afwijken: 17,36 % van 121 geeft 21,01 in plaats van 21. Voor een btw-aangifte of een jaarrekening reken je verder met het volledige getal en controleer je het tarief bij de Belastingdienst.
Is deze procentcalculator gratis en kan ik hem onbeperkt gebruiken?
Ja, hij kost niets, vraagt geen registratie en werkt in elke browser op telefoon, tablet en computer. Je kunt zo veel sommen achter elkaar maken als je wilt; de getallen die je invult worden alleen gebruikt om de uitkomst te tonen.
Ik heb mijn percentage — wat kan ik ermee?
Leg het naast een grondtal dat je herkent. Een korting van 31,25 % is pas te beoordelen tegen de prijs die het artikel de afgelopen maand echt kostte, niet tegen een doorgestreept bedrag. 73,33 % op een toets zegt iets zodra je de cesuur van je school erbij haalt. En een btw-aandeel van 17,36 % gebruik je om een kassabon te controleren, niet om een aangifte op te baseren. Noteer bij elk percentage dat je overneemt waarvan het is genomen, anders is het achteraf niet meer na te rekenen.