Smart Calculators

Smart

Calculators

Hypotheekcalculator

Bereken je maandelijkse hypotheeklasten, totale rente en bekijk het volledige aflossingsschema. Inclusief onroerendezaakbelasting, verzekering, PMI en analyse van extra aflossingen.

Hypotheekgegevens

EUR

%

EUR

%

Belastingen en verzekeringen

EUR

EUR

%

Niet vereist (eigen middelen 20 % of meer)

EUR

EUR

EUR

Maandlasten (rente + aflossing)

€ 1.438,92

Totale rente

€ 278.013

Totale leenkosten

€ 518.013

Aflossingsdatum

jun 2056

360 termijnen

Aflossingsschema

JaarTermijnHoofdsomRenteSaldo

1

€ 17.267€ 2.947€ 14.320€ 237.053

2

€ 17.267€ 3.129€ 14.138€ 233.924

3

€ 17.267€ 3.322€ 13.945€ 230.602

4

€ 17.267€ 3.527€ 13.740€ 227.075

5

€ 17.267€ 3.744€ 13.523€ 223.331

6

€ 17.267€ 3.975€ 13.292€ 219.355

7

€ 17.267€ 4.221€ 13.047€ 215.135

8

€ 17.267€ 4.481€ 12.786€ 210.654

9

€ 17.267€ 4.757€ 12.510€ 205.897

10

€ 17.267€ 5.051€ 12.216€ 200.846

11

€ 17.267€ 5.362€ 11.905€ 195.484

12

€ 17.267€ 5.693€ 11.574€ 189.791

13

€ 17.267€ 6.044€ 11.223€ 183.747

14

€ 17.267€ 6.417€ 10.850€ 177.330

15

€ 17.267€ 6.813€ 10.455€ 170.518

16

€ 17.267€ 7.233€ 10.034€ 163.285

17

€ 17.267€ 7.679€ 9.588€ 155.606

18

€ 17.267€ 8.152€ 9.115€ 147.454

19

€ 17.267€ 8.655€ 8.612€ 138.798

20

€ 17.267€ 9.189€ 8.078€ 129.609

21

€ 17.267€ 9.756€ 7.511€ 119.853

22

€ 17.267€ 10.358€ 6.909€ 109.496

23

€ 17.267€ 10.996€ 6.271€ 98.499

24

€ 17.267€ 11.675€ 5.592€ 86.825

25

€ 17.267€ 12.395€ 4.872€ 74.430

26

€ 17.267€ 13.159€ 4.108€ 61.271

27

€ 17.267€ 13.971€ 3.296€ 47.300

28

€ 17.267€ 14.833€ 2.435€ 32.467

29

€ 17.267€ 15.747€ 1.520€ 16.720

30

€ 17.267€ 16.719€ 548€ 1

Hypotheekcalculator. Maandlasten, totale rente en volledig aflossingsschema.

Een hypotheekcalculator berekent je bruto maandlast uit koopsom, hypotheekbedrag, rente en looptijd via de annuïteitenformule. Je ziet ook de totale rente, het volledige aflossingsschema maand voor maand en hoeveel je bespaart met extra aflossen.

Wat is een hypotheek en hoe werkt het in Nederland?

Een hypotheek is een lening waarmee je een woning koopt en waarbij het huis zelf als onderpand voor de bank dient. In Nederland zijn bijna alle nieuwe hypotheken sinds 2013 annuïteitenhypotheken of lineaire hypotheken: je betaalt elke maand een vast bedrag dat bestaat uit een stuk rente en een stuk aflossing, en na maximaal 30 jaar is de schuld volledig afgelost. Alleen met zo'n aflosvorm mag je de hypotheekrente aftrekken in box 1.
De Nederlandse markt heeft een paar typische kenmerken die de berekening anders maken dan in de meeste Europese landen. Je mag tot 100% van de woningwaarde lenen — je hoeft dus geen eigen geld in te brengen voor de woning zelf — maar de kosten koper (gemiddeld 4-6%, voor starters onder de 35 met de startersvrijstelling 2-4% op een woning tot €555.000) moet je wel uit eigen middelen betalen. De gemiddelde transactieprijs van een bestaande koopwoning was in maart 2026 €494.605 (5,0% hoger dan een jaar eerder, volgens CBS en Kadaster).
Naast het rentetarief speelt de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) een grote rol: in 2026 ligt de NHG-grens op €470.000 (en €498.200 als je verduurzaamt). De eenmalige borgtochtprovisie is 0,4% over de totale hypotheek, en je krijgt in ruil daarvoor doorgaans ongeveer 0,5 procentpunt korting op je rente. Dat scheelt op een hypotheek van €350.000 over 30 jaar al snel €30.000 aan rente. Onze hypotheekcalculator bovenaan deze pagina rekent dat alles automatisch door en laat je het effect zien op de maandlast, de totale rente en het complete aflossingsschema.

Hoe bereken je je maandlasten van een annuïteitenhypotheek?

Voor het berekenen van je bruto maandlast heb je drie cijfers nodig: het te lenen bedrag (koopsom min eigen inbreng), het rentepercentage en de looptijd in jaren. In Nederland is de standaardlooptijd 30 jaar, omdat de hypotheekrenteaftrek na 30 jaar vervalt. De berekening van een annuïteitenhypotheek gaat in vijf stappen:
1. Bepaal het hypotheekbedrag. Je mag tot 100% van de woningwaarde lenen. Bij een koopsom van €450.000 zonder eigen inbreng voor het pand zelf is dat dus ook €450.000. De kosten koper komen daarbovenop en betaal je apart uit spaargeld.
2. Reken het jaarrente om naar een maandrente. Deel het percentage door 12. Bij 4,10% jaarrente is dat 0,3417% per maand (0,003417 als decimaal).
3. Bereken het totaal aantal maandtermijnen. Looptijd in jaren maal 12. Bij 30 jaar dus 360.
4. Vul de annuïteitenformule in (zie volgende sectie). Voor €450.000 bij 4,10% over 30 jaar geeft dat een bruto maandlast van ongeveer €2.174.
5. Tel de overige maandlasten erbij op: onroerendezaakbelasting, opstalverzekering en eventueel VvE-bijdrage. Voor het netto maandbedrag trek je daar de fiscale teruggave van de hypotheekrenteaftrek af (in 2026 maximaal 37,56% in box 1).
De Nibud-leennormen schrijven voor welk deel van je inkomen je veilig aan wonen kunt besteden — meestal tussen de 20% en 30% van het bruto inkomen, afhankelijk van de rente en je leeftijd. In 2026 is de leennorm bij €70.000 bruto met ongeveer €6.000 verhoogd door de gemiddelde loonstijging van 4,1%.

De annuïteitenformule voor je hypotheek

M=P×r(1+r)n(1+r)n1M = P \times \frac{r(1+r)^n}{(1+r)^n - 1}
  • MM = Bruto maandlast (annuïteit) in euro's
  • PP = Hypotheekbedrag (koopsom min eigen inbreng)
  • rr = Maandrente (jaarrente gedeeld door 12, als decimaal)
  • nn = Totaal aantal termijnen (looptijd in jaren × 12)
Dit is dezelfde annuïteitenformule die elke Nederlandse geldverstrekker gebruikt voor een annuïteitenhypotheek. Het resultaat is een vaste maandlast voor de hele rentevaste periode, waarbij in de eerste jaren het grootste deel rente is en het aflossingsdeel langzaam groeit.
Voorbeeld voor een hypotheek van €350.000 bij 4,10% jaarrente over 30 jaar:
M=350.000×0,003417×(1,003417)360(1,003417)36011.690M = 350.000 \times \frac{0{,}003417 \times (1{,}003417)^{360}}{(1{,}003417)^{360} - 1} \approx €1.690
In de eerste maand bestaat die €1.690 uit ongeveer €1.196 rente en €494 aflossing. Bij maandtermijn 180 (na 15 jaar) is dat al €758 rente en €932 aflossing. In de laatste maand betaal je nog maar €5 rente. Over de hele looptijd betaal je in totaal ongeveer €608.300, waarvan €258.300 puur rente — meer dan 73% van het oorspronkelijke bedrag.
Voor een lineaire hypotheek gebruik je een andere formule. De aflossing is constant (P/n), maar de rente daalt elke maand mee met de restschuld:
Mk=Pn+(P(k1)×Pn)×rM_k = \frac{P}{n} + (P - (k-1) \times \frac{P}{n}) \times r
waarbij Mk de maandtermijn van maand k is en de tweede term de rente over de huidige restschuld berekent. Voor dezelfde €350.000 bij 4,10% start je bij een lineaire hypotheek met €2.169 in maand 1 (€972 aflossing + €1.196 rente) en eindig je in maand 360 met slechts €975. Totale rente over de looptijd: ongeveer €215.700 — bijna €43.000 minder dan bij annuïtair, omdat je sneller aflost.

Praktijkvoorbeelden van hypotheekberekeningen

Starter in Utrecht: koopsom €425.000 met NHG en startersvrijstelling

Een alleenstaande starter van 30 jaar koopt een tussenwoning van €425.000 in Utrecht. De koopsom valt onder de NHG-grens (€470.000 in 2026) en onder de startersvrijstelling overdrachtsbelasting (max. €555.000). Eigen middelen worden alleen gebruikt voor de kosten koper: notaris (€1.400), taxatie (€600), advies- en bemiddelingskosten (€2.500), NHG-borgtochtprovisie (0,4% × €425.000 = €1.700) en overige kleinere posten, samen ongeveer €7.500 — geen 2% overdrachtsbelasting dankzij de startersvrijstelling.
Hypotheekbedrag €425.000 bij 3,85% (NHG-tarief, 10 jaar rentevast) over 30 jaar geeft een bruto maandlast van €1.991. Over de hele looptijd betaal je €716.760, waarvan €291.760 rente. Dankzij de hypotheekrenteaftrek tegen 37,56% (tarief 2026) krijg je in het eerste jaar bij €16.300 betaalde rente ongeveer €6.120 terug van de Belastingdienst — netto kom je daardoor uit op ongeveer €1.481 per maand in jaar 1. Naarmate je aflost, daalt de aftrek; je netto last loopt langzaam op.

Doorstromer in Eindhoven: €575.000 boven de NHG-grens

Een koppel van 38 en 40 jaar verkoopt hun appartement (met €120.000 overwaarde) en koopt een eengezinswoning van €575.000. Ze brengen de overwaarde in als eigen geld voor het hypotheekbedrag, en daarnaast €34.500 voor de kosten koper (2% overdrachtsbelasting omdat ze geen starter meer zijn = €11.500, plus notaris, taxatie en overige circa €4.000, plus reserve). Het hypotheekbedrag wordt €575.000 − €120.000 = €455.000.
De koopsom (€575.000) ligt boven de NHG-grens van €470.000, dus geen NHG en een risico-opslag op de rente. Bij 4,30% (10 jaar rentevast, LTV 79%) over 30 jaar wordt de maandlast €2.252. Totale rente over 30 jaar: ongeveer €355.700. Als ze in plaats daarvan voor 20 jaar rentevast hadden gekozen tegen 4,55%, was de maandlast €2.325 geweest (€73 meer per maand) maar mét de zekerheid dat de rente twintig jaar lang niet meer beweegt. Het verschil van €73 × 240 = €17.520 is in feite de prijs van die langere renterust.

Extra aflossen op €350.000: tijd- en rentewinst

Stel je hebt een hypotheek van €350.000 bij 4,10% rente over 30 jaar; bruto maandlast €1.690 en totale rente €258.300. Je krijgt jaarlijks een bonus en lost daarvan boetevrij €5.000 per jaar extra af (binnen de bij de meeste banken toegestane 10%-grens per kalenderjaar).
Resultaat in onze calculator:
  • Je loopt 6 jaar en 8 maanden korter — afgelost in 23 jaar en 4 maanden in plaats van 30 jaar.
  • Totale rente daalt van €258.300 naar ongeveer €189.600 — een besparing van €68.700.
  • De vaste maandlast blijft €1.690; alleen de extra €5.000 per jaar (€417/maand gemiddeld) komt erbovenop.
Vergeleken met sparen tegen 2% rente of beleggen tegen een onzeker rendement is extra aflossen vrijwel risicovrij: je 'verdient' netto het verschil tussen je hypotheekrente (na aftrek) en je spaarrente, en je vermindert het bedrag in box 3 dat anders met vermogensbelasting belast wordt. Op de aflosvrije ruimte voor extra aflossen vinden de meeste banken: 10% van de oorspronkelijke hoofdsom per kalenderjaar gaat zonder vergoeding renteverlies; alles daarboven kan een boete kosten — tenzij je aan het einde van een rentevaste periode zit.

Tips om duizenden euro's te besparen op je hypotheek

  • Vergelijk altijd minstens drie aanbieders en let op de risico-opslag. Bij dezelfde hypotheek kan het verschil tussen de goedkoopste en duurste aanbieder 0,3 tot 0,5 procentpunt zijn. Op €350.000 over 30 jaar staat 0,3% gelijk aan ongeveer €23.000 extra of minder rente. Een onafhankelijk hypotheekadviseur dekt vaak de kosten ruim terug.
  • Sluit een NHG-hypotheek af als de koopsom onder €470.000 ligt (2026). De eenmalige borgtochtprovisie van 0,4% (max €1.880 op de grens) verdient zichzelf snel terug door de gemiddelde renteopslag van ongeveer 0,5 procentpunt minder. Op een hypotheek van €400.000 over 10 jaar rentevast is dat al €18.000-€20.000 aan rentevoordeel.
  • Kies een rentevaste periode die past bij je situatie en de markt. Bij hypotheekrente in 2026 rond 3,7-4,3% kiezen de meeste mensen voor 10 of 20 jaar vast. 30 jaar vast geeft maximale zekerheid maar kost meestal 0,3-0,5 procentpunt meer. Aan het einde van elke rentevaste periode mag je sowieso boetevrij oversluiten; ook tussentijds mag je altijd extra aflossen, en de boeterente die de geldverstrekker mag rekenen is volgens de AFM Leidraad Vervroegde Aflossing gemaximeerd op het werkelijke renteverlies tegen het actuele markttarief.
  • Maak gebruik van de boetevrije ruimte voor extra aflossen — meestal 10% van de oorspronkelijke hoofdsom per kalenderjaar. Op een hypotheek van €350.000 bij 4% scheelt elke €5.000 extra aflossing in jaar 1 ruim €7.500 aan rente over de resterende looptijd. Voor de Belastingdienst is dit voordelig: aflossen verlaagt ook je belastbaar vermogen in box 3.
  • Reserveer 4-6% van de koopsom voor de kosten koper (k.k.). Banken financieren in 2026 maximaal 100% van de woningwaarde, maar de kosten koper (overdrachtsbelasting, notaris, taxatie, advieskosten, NHG-borg) moet je uit eigen geld betalen. Voor starters onder de 35 die zelf in de woning gaan wonen vervalt de 2% overdrachtsbelasting op woningen tot €555.000 — dat scheelt zo €8.000-€11.100.
  • Houd je woonlast onder de Nibud-grens van ongeveer 30% van je bruto inkomen om voldoende ruimte te houden voor andere uitgaven en buffervorming. De maximale leennorm zegt wat de bank wil verstrekken — niet wat verstandig is. Een bijkomende vuistregel: aflossen + rente + WOZ-lasten ≤ 35% van je netto inkomen.
  • Vergelijk altijd annuïtair én lineair als de hogere startmaandlast haalbaar is. Op €350.000 over 30 jaar bespaar je met een lineaire hypotheek bijna €43.000 aan rente, maar je begint wel met €479 hogere maandlast. Bij stijgende inkomens of dichtbij pensionering is lineair vaak voordeliger; bij krappe budgetten in de eerste jaren wint annuïtair.

Veelgestelde vragen over hypotheek berekenen

Hoeveel hypotheek kan ik krijgen met €4.000 netto per maand?

Banken kijken naar je bruto jaarinkomen, niet naar je netto maandinkomen. €4.000 netto komt globaal overeen met €65.000 tot €72.000 bruto per jaar, afhankelijk van toeslagen en heffingskortingen. Bij die inkomens ligt je maximale hypotheek volgens de Nibud-leennormen 2026 ongeveer op €290.000 tot €325.000 voor een alleenverdiener, bij een rente rond 4%. Verdien je samen €4.000 netto, dan worden beide inkomens opgeteld en kun je vaak iets meer lenen omdat de Nibud-leennorm op gezamenlijk inkomen iets gunstiger uitvalt. Een gunstig energielabel (A of beter) kan daarnaast tot €10.000 extra leenruimte opleveren bovenop de standaardnorm, oplopend tot €25.000 bij A+++ en €40.000 bij A++++.

Wat is het verschil tussen annuïtair en lineair en welke moet ik kiezen?

Bij een annuïteitenhypotheek betaal je elke maand exact hetzelfde bedrag (de annuïteit) — in het begin vooral rente, later steeds meer aflossing. Bij een lineaire hypotheek is de aflossing elke maand gelijk (hoofdsom gedeeld door looptijd), waardoor je maandlast in het begin hoger is maar gedurende de looptijd daalt. Op €350.000 over 30 jaar bij 4,10% is de annuïtaire maandlast €1.690 (vast), terwijl je bij lineair start met €2.169 in maand 1 en eindigt met €975. Lineair kost over de hele looptijd ongeveer €43.000 minder aan rente. De meeste starters kiezen annuïtair omdat de eerste jaren betaalbaar moeten zijn; doorstromers met hogere inkomens of mensen vlak voor hun pensioen kiezen vaak lineair om sneller af te lossen.

Wat is NHG en kan ik er korting mee krijgen op de rente?

NHG is een vangnet van Stichting WEW dat de restschuld dekt bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding of overlijden. In 2026 geldt NHG tot €470.000 (€498.200 met verduurzaming) en kost het eenmalig 0,4% borgtochtprovisie. In ruil krijg je doorgaans ongeveer 0,5 procentpunt rentekorting.

Hoeveel hypotheekrenteaftrek krijg ik in 2026?

In 2026 trek je de hypotheekrente af tegen maximaal 37,56% — het tarief van de eerste schijf van box 1 (lagere inkomens vallen onder 35,60%). Voor een hypotheek van €400.000 bij 4% rente is dat in het eerste jaar ongeveer €16.000 aan betaalde rente, waarvan je dus ongeveer €6.010 terugkrijgt van de Belastingdienst — netto ongeveer €500 per maand voordeel in jaar 1. Naarmate je aflost, daalt de aftrek. Je moet wel ten minste annuïtair of lineair aflossen binnen 30 jaar, anders vervalt het recht op aftrek. Het eigenwoningforfait (0,35% van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen tot €1.350.000) wordt bij je inkomen opgeteld en verlaagt het netto voordeel.

Wat zijn de kosten koper en hoeveel moet ik daarvoor sparen?

De kosten koper (k.k.) zijn de bijkomende kosten boven op de koopsom, gemiddeld 4-6% bij een bestaande woning. Ze bestaan vooral uit overdrachtsbelasting (2% voor doorstromers, 0% voor starters tot 35 jaar bij een woning tot €555.000), notariskosten (€1.200-€1.500), kadastrale inschrijving (circa €170), taxatie (€400-€700), hypotheekadvies en bemiddeling (€2.000-€3.500) en eventueel NHG-borgtochtprovisie (0,4% van de hypotheek). Op een woning van €450.000 reken je voor een starter op ongeveer €8.000-€10.000 en voor een doorstromer op €20.000-€25.000. Belangrijk: deze kosten moet je uit eigen geld betalen — de bank financiert ze niet mee.

Is deze hypotheekcalculator gratis en hoe nauwkeurig is het resultaat?

Ja, de calculator is volledig gratis en zonder registratie. De bruto maandlast en het aflossingsschema worden berekend met dezelfde annuïteitenformule die elke Nederlandse geldverstrekker hanteert, en kloppen tot op de cent. Het werkelijke bankaanbod kan iets afwijken door risico-opslagen op basis van de LTV en advieskosten.

Hoeveel rente betaal ik in totaal op een hypotheek van €300.000 over 30 jaar?

Bij een rente van 4,10% jaarrente (gemiddeld in 2026) op een annuïteitenhypotheek van €300.000 over 30 jaar betaal je een bruto maandlast van ongeveer €1.449. Over de hele looptijd komt dat neer op €521.640, waarvan €221.640 puur rente — bijna 74% van het oorspronkelijke geleende bedrag. Bij een lineaire hypotheek is dat aanzienlijk minder: ongeveer €184.500 aan rente, maar je begint dan met €1.858 maandlast in maand 1. Een verschil van 1 procentpunt rente (bijvoorbeeld 3,10% in plaats van 4,10%) scheelt op deze hypotheek ongeveer €54.000 over de hele looptijd — vandaar dat goed vergelijken en onderhandelen zo veel oplevert.

Kan ik extra aflossen en wat levert dat op?

Vrijwel elke Nederlandse hypotheek staat boetevrij 10% extra aflossen per kalenderjaar toe (sommige banken zoals BLG, ASN of Argenta bieden zelfs 15-20%). Aan het einde van de rentevaste periode mag je altijd boetevrij volledig aflossen of oversluiten. Op een hypotheek van €350.000 bij 4,10% over 30 jaar levert jaarlijks €5.000 extra aflossen een rentebesparing van ongeveer €68.700 op en kort de looptijd met bijna 7 jaar in. Tegenover een spaarrekening waar je momenteel 1,5-2% rente krijgt is dat doorgaans aantrekkelijker — zeker omdat aflossen ook je box 3-vermogen verlaagt en daarmee minder vermogensrendementheffing betekent. Houd wel altijd een buffer van 3-6 maandlasten op je spaarrekening voordat je gaat aflossen.

Wat gebeurt er na de rentevaste periode?

Aan het einde van bijvoorbeeld 10 of 20 jaar rentevast krijg je van je bank een renteverlengingsvoorstel met de nieuwe rente die je kunt vastzetten voor een nieuwe periode (10, 20 of 30 jaar). Je kunt dan: 1) de aangeboden rente accepteren, 2) bij dezelfde bank een andere rentevaste periode kiezen, of 3) oversluiten naar een andere geldverstrekker met een lagere rente. Aan het einde van de rentevaste periode mag je dat boetevrij doen — geen vergoeding renteverlies. Ook tussentijds mag je altijd vervroegd aflossen; de geldverstrekker mag dan een boeterente rekenen, maar volgens de AFM Leidraad Vervroegde Aflossing niet meer dan het werkelijke renteverlies tegen het actuele markttarief. Houd er rekening mee dat de restschuld op dat moment lager is dan de oorspronkelijke hypotheek, dus de maandlast bij dezelfde rente ook lager wordt.


Belangrijke begrippen rond hypotheek berekenen

Annuïteitenhypotheek

Hypotheekvorm waarbij de maandlast (annuïteit) voor de hele rentevaste periode gelijk blijft. In de eerste jaren bestaat het maandbedrag vooral uit rente, later vooral uit aflossing. De meest gekozen vorm in Nederland sinds 2013.

Lineaire hypotheek

Hypotheekvorm waarbij je elke maand een vast aflossingsbedrag betaalt (hoofdsom gedeeld door looptijd). Doordat de restschuld daalt, daalt ook de rente — en dus de totale maandlast. Goedkoper qua totale rente, maar in het begin hogere maandlasten dan annuïtair.

Hypotheekrenteaftrek (HRA)

Fiscaal voordeel waarbij de betaalde hypotheekrente aftrekbaar is van het inkomen in box 1. In 2026 maximaal 37,56% (eerste schijf 35,60%). Voorwaarde: je lost minstens annuïtair of lineair af binnen 30 jaar.

NHG (Nationale Hypotheek Garantie)

Borgstellingsregeling van de Stichting WEW die een vangnet biedt bij betalingsproblemen. Geldt in 2026 voor woningen tot €470.000 (€498.200 met verduurzaming). Kosten: 0,4% borgtochtprovisie. Voordeel: ongeveer 0,5 procentpunt rentekorting.

Aflossingsschema

Tabel waarin maand voor maand staat hoeveel van je termijn naar rente gaat, hoeveel naar aflossing en wat de resterende schuld is. Verplicht onderdeel van je hypotheekofferte en essentieel voor het plannen van extra aflossingen.

Kosten koper (k.k.)

Alle bijkomende kosten bovenop de koopsom: overdrachtsbelasting, notaris, taxatie, advies- en bemiddelingskosten, eventuele NHG-borg en kadastrale inschrijving. Gemiddeld 4-6% van de koopsom; voor starters tot 35 jaar met startersvrijstelling 2-4%.

Rentevaste periode

De periode waarin de afgesproken rente vaststaat. In Nederland gangbaar 5, 10, 20 of 30 jaar. Na afloop volgt een renteherziening op basis van de dan geldende markttarieven; je mag dan ook boetevrij oversluiten.

Loan-to-value (LTV)

De verhouding tussen het hypotheekbedrag en de marktwaarde van de woning, uitgedrukt in procenten. In Nederland mag de LTV bij aanvang maximaal 100% zijn (of 106% met verduurzaming). Hoe lager de LTV, hoe lager doorgaans de rente.


Bronnen en referenties

  1. CFPB — Hoe berekenen hypotheekverstrekkers de maandelijkse aflossing?
  2. Europese Commissie — Rechten bij consumentenkrediet en opgave van jaarlijkse kostenpercentage (JKP)
  3. Wikipedia — Afleiding van de annuïteitsformule voor hypotheekberekening

Inhoud gecontroleerd door het team van Smart Calculators